Bloomberg koppelde op 27 oktober 2026 een gezamenlijke waardering van 2 biljoen dollar voor grote geheugenchipbedrijven aan de vraag of de AI-vraag houdbaar is. AI-workloads kunnen technisch door geheugenbandbreedte worden beperkt, maar die behoefte zegt op zichzelf niet of investeringen rendement opleveren. Over de geheugencyclus lopen de verwachtingen uiteen.

Waarom AI geheugenbandbreedte nodig heeft

IBM Technology legt uit hoe geheugenbandbreedte een AI-workload kan begrenzen, ook wanneer er rekenkracht beschikbaar is.

Een GPU kan veel berekeningen uitvoeren en toch op gegevens moeten wachten. Geheugenbandbreedte, de snelheid waarmee gegevens tussen geheugen en processor bewegen, kan dan de beperkende factor zijn. Zo’n workload heet memory-bound: de beschikbare rekenkracht is niet de bottleneck, de gegevensstroom wel.

IBM Technology legt uit hoe de verhouding tussen berekeningen en geheugentoegang helpt bepalen of een workload vooral door rekenkracht of door geheugenbandbreedte wordt begrensd. Dat verklaart waarom geheugenprestaties technisch belangrijk zijn voor AI. Het zegt niet hoeveel geheugen bedrijven zullen kopen of of de investeringen winstgevend worden.

Een cyclische sector met structurele veranderingen

Bloomberg Tech-interview met Celine Woo over structurele veranderingen in vraag en aanbod van geheugenchips.

Geheugenproducenten hebben in eerdere cycli hun capaciteit uitgebreid toen de vraag steeg. Als de vraag daarna terugviel, kon het aanbod de behoefte overtreffen. Dat risico blijft relevant naast de huidige AI-vraag.

Celine Woo, portefeuillebeheerder en analist bij Lazard Asset Management, betoogt dat de huidige cyclus ook structurele veranderingen in vraag en aanbod weerspiegelt. Ze wijst op de hoge productie- en kapitaalintensiteit en op de complexiteit van technologische overstappen. Haar analyse is één marktvisie, geen garantie dat de sector een neergang ontloopt.

Prognoses schetsen verschillende uitkomsten

Een artikel van The Motley Fool dat op 27 oktober 2026 verscheen, meldde dat Jensen Huang, CEO van Nvidia, een geheugenoverschot tegen 2029 niet als zijn basisscenario zag. Dat is zijn toegeschreven verwachting, geen zekerheid over het toekomstige aanbod.

In hetzelfde artikel werd een prognose van Counterpoint Research aangehaald: de DRAM-prijzen zouden in 2028 23% lager liggen dan in 2027, maar nog altijd 230% hoger dan in 2025. Een prijsdaling in die prognose staat dus naast een niveau dat ruim boven dat van 2025 blijft.

The Motley Fool meldde ook dat Micron en SK hynix met grote klanten contracten van drie tot vijf jaar hadden, met afspraken over prijsklassen en verkoopvolumes. Het artikel beschreef daarnaast een plan van SK hynix om de wafercapaciteit tegen 2034 te verdrievoudigen. Meerjarige contracten en een capaciteitsplan geven richting aan de verwachtingen, maar bepalen niet op zichzelf hoe vraag en aanbod zich uiteindelijk ontwikkelen.

Op 23 juli 2026 berichtte iXBT.games dat ADATA-voorzitter Simon Chen een DRAM-tekort van minstens nog tien jaar verwachtte. Chen voorspelde ook voor het derde kwartaal contractprijsstijgingen van 20–30% voor DRAM en 35–40% voor NAND. Dat waren verwachtingen die hij in juli uitsprak, geen vastgestelde prijsuitkomsten.

Geheugenvraag is geen bewijs voor beleggingsrendement

Een technische behoefte aan geheugen, een voorspelling over tekorten en de winstgevendheid van investeringen zijn verschillende vragen. De berichtgeving over AI-uitgaven meldde geen brede annuleringen van AI-geheugenorders door hyperscalers. Een afzonderlijk gemelde Oracle-annulering betrof 300–400 Nvidia GB300 NVL72-serverracks bij Super Micro Computer, geen geheugenorders.