Anthropic migreerde zijn monorepo in vijf maanden van Git naar het intern gebouwde Scion. Het bedrijf beschrijft Scion als een systeem voor zijn eigen omvangrijke, agent-intensieve werklast, niet als een algemene vervanger van Git. Anthropic licht de architectuur en migratie toe.

De kern van Scion: clients halen alleen de gegevens op die ze nodig hebben, terwijl servers veel versiebeheerbewerkingen uitvoeren. Daarmee ontwierp Anthropic een systeem voor één uitzonderlijk grote repository, niet een overstap die andere teams zonder meer kunnen kopiëren.

Waarom Anthropic een eigen systeem bouwde

Anthropic rapporteerde gemiddeld ongeveer 2.500 samengevoegde codewijzigingen per dag in mei 2026 en meer dan 30.000 per dag in september. De grafiek van het bedrijf markeert 30.401 samengevoegde wijzigingen op 9 september. Het gaat om wijzigingen, niet om een telling van nieuwe functies.

De schaal van de repository verklaart de technische uitdaging. Anthropic beschrijft bijna 100 GB aan geschiedenis van de hoofdbranch en een gecomprimeerde werkkopie van meer dan 25 GB. De CI-omgeving voert ongeveer 25 miljoen code-checkouts per dag uit. Als die gegevens telkens op de naïeve manier via Git zouden worden opgehaald, schat Anthropic het netwerkverkeer op meer dan 600 PB per dag.

Hoe Scion werkt zonder de hele repository lokaal te kopiëren

Bij Scion draaien onder meer commits, merges, rebases en vragen over de geschiedenis op servers. De client beheert de bestanden in de werkkopie en houdt een begrensde lokale cache met objecten bij. Die kan de benodigde bomen en bestanden opvragen, in plaats van steeds een volledige repository te onderhouden.

Een changeset legt vast welke bestanden ten opzichte van de eerste ouder zijn gewijzigd. Voor de bestandsinhoud verwijst die naar gecomprimeerde gegevens die aan de hand van hun inhoud worden geïdentificeerd. Anthropic verdeelt de repositorygegevens over opslag; volgens het bedrijf staat nergens één volledig gematerialiseerde kopie, ook niet op de server.

Scion ondersteunt sparse checkouts, waarbij alleen gekozen mappen lokaal staan, en virtuele checkouts, waarbij bestanden pas verschijnen wanneer ze nodig zijn. Sommige CI- en tooltaken kunnen bovendien via API’s met de broncode werken zonder een lokale checkout. Dat scheelt een volledige kopie wanneer een taak die niet nodig heeft.

De serviceketen bestaat uit een scion-daemon per node, regionale scion-cache-servers en gezaghebbende scion-server-servers. Anthropic meldt cachehitpercentages van meer dan 99% op elk niveau. Bij het verplaatsen van een ref gebruikt Scion een compare-and-swap-bewerking op één Spanner-rij: ook in deze servergerichte opzet is die specifieke stap dus gekoppeld aan een databasebewerking.

Wat de prestatiecijfers meten

Anthropic migreerde zijn monorepo van Git naar Scion

Voor zijn eigen systemen rapporteert Anthropic drie afzonderlijke resultaten. De Scion-infrastructuur zou 200 keer minder CPU- en geheugencapaciteit vereisen dan de eerdere infrastructuur met Git-mirrors. Daarnaast zouden checkouts twee ordes van grootte sneller verlopen — seconden in plaats van minuten — en zou de beschikbare CPU-capaciteit voor CI met 25% zijn toegenomen.

Die cijfers hebben elk een eigen maatstaf: de 200-voudige vergelijking gaat over CPU- en geheugeneisen ten opzichte van Anthropic’s oude Git-mirrorinfrastructuur; de andere resultaten gaan over checkouts en CI-capaciteit. Het zijn door Anthropic gerapporteerde uitkomsten op de eigen systemen.

Is Scion een Git-alternatief voor andere teams?

Anthropic zegt dat Scion niet geschikt is als algemene vervanger van Git. Een organisatie die het systeem breder zou willen inzetten, zou volgens het bedrijf ook gekoppelde ontwikkelvoorzieningen moeten migreren, zoals code review, code search en CI. Dat maakt Scion een gespecialiseerde keuze voor zeer grote monorepo’s en agentrijke workloads, geen eenvoudige vervanging voor Git in een doorsnee project.

Anthropic wil met GitHub, GitLab en de open-sourcegemeenschap werken aan schaalideeën die ook Git-gebruikers kunnen helpen zonder hen allemaal te laten overstappen. Dat is een andere route dan Scion als algemeen product aanbieden.

Wat een merge niet oplost

Anthropic zegt dat het op deze schaal geen globale repositoryvergrendeling in de merge queue heeft kunnen nabootsen. Het bedrijf zette daarom in op geautomatiseerde tests na de merge en vóór deployment, en erkent dat gelijktijdige wijzigingen conflicten kunnen veroorzaken. Een hoge mergesnelheid neemt die integratierisico’s niet weg.