Anthropic publiceerde op 8 oktober 2026 een verslag waarin astrofysicus Brice Ménard beschrijft hoe hij met Claude Science een kaart van de hele hemel in ultraviolet licht samenstelde. Ongeveer een derde van de kaart bestaat volgens zijn verslag uit schattingen in gebieden zonder UV-waarnemingen.
Een UV-kaart van de hele hemel
De kaart brengt twee banden ultraviolet licht samen: ver-UV met een golflengte van 154 nm en nabij-UV met 232 nm. Ménard is astrofysicus aan Johns Hopkins University en onderzoeker bij Anthropic. Hij beschrijft hoe hij de doelen bepaalde en de verwerkte kaarten beoordeelde, terwijl Claude Science een groot deel van het verzamelen en verwerken van data uitvoerde.
Waarom er waarnemingsgaten waren
NASA’s GALEX leverde volgens Ménards verslag de grootste UV-surveybijdrage. De missie bracht tussen 2003 en 2013 ongeveer twee derde van de hemel in beeld, verspreid over circa 38.000 waarnemingen. De waarnemingen vermeden heldere sterren en een groot deel van het vlak van de Melkweg vanwege het risico op schade aan de detector.
De kaart combineerde daarnaast data van NASA’s Swift, de Zuid-Koreaanse FIMS/SPEAR, het Europese TD-1 en de ESA-missies Planck en Gaia. Samen vormden die surveys de basis voor de gemeten delen van de UV-kaart.
Hoe Claude Science ontbrekende gebieden hielp schatten
Voordat de surveys konden worden samengevoegd, moesten de gegevens op elkaar worden afgestemd. Ménard beschrijft hoe het team heldere sterreflecties verwijderde, instrumenten onderling kalibreerde, de resoluties op elkaar afstemde en de waarnemingen naar hetzelfde coördinatenstelsel vertaalde.
Voor gebieden zonder UV-metingen gebruikte Claude Science verbanden tussen ultraviolet licht en gegevens in zichtbaar, infrarood en radiolicht. De methode omvatte inpainting: ontbrekende delen van een beeld aanvullen op basis van patronen in de beschikbare data. Zo zijn volgens Ménards verslag schattingen gemaakt voor ongeveer een derde van het kaartgebied, waaronder veel van het vlak van de Melkweg.
Ménard beschrijft dat Claude agents inzette om publieke surveys te vinden en te verwerken. Hij stelde de hoofddoelen vast en inspecteerde de kaartversies; er volgden meer dan twaalf versies tijdens een samenwerking van meerdere dagen.
De test met verborgen gegevens en de correctie van artefacten
Om de schattingsmethode te testen, liet Ménard delen van gebieden met bekende UV-metingen verbergen. Claude schatte die waarden vervolgens opnieuw, waarna de uitkomsten werden vergeleken met de verborgen metingen. Na meerdere verfijningsrondes lagen de schattingen volgens Ménards verslag ongeveer 10% naast de bekende waarden.
Tijdens het bekijken van de kaarten merkte Ménard ook zwakke, cirkelvormige patronen op. Zijn verslag schrijft die toe aan resterende atmosferische gloed in GALEX-waarnemingen. Claude-agents traceerden de oorzaak en verwerkten een correctie in alle circa 38.000 GALEX-waarnemingen.
Wat de uiteindelijke kaart bevat
Naast de UV-gegevens voor grotere hemelgebieden bevat de kaart volgens het verslag schattingen voor meer dan 100 miljoen afzonderlijke sterren. Die zijn afgeleid van metingen in zichtbaar licht van ESA’s Gaia-satelliet.
Anthropic beschrijft kaartlagen die pixels aanduiden als gemeten of voorspeld en onzekerheidsschattingen tonen.