FLIP verbeterde de aftrek van sterlicht in geteste beelden van de James Webb-ruimtetelescoop. In het F430M-filter leverde de methode een signaal op van de bekende reuzenplaneet 51 Eridani b bij een golflengte van 4,3 μm. Die golflengte valt in een koolstofdioxide-absorptieband; de studie van 4 november 2026 beschrijft toekomstige analyse van de metingen voor onderzoek naar de atmosfeer. De studie in Nature rapporteert resultaten voor JWST-waarnemingen met NIRCam, niet voor andere instrumenten.

Kijk bij de winst steeds naar de meetgrootheid: een hogere signaal-ruisverhouding bij een bekende planeet is iets anders dan een gevoeligheidstest met geïnjecteerde planeten.

Wat liet FLIP zien bij 4,3 μm?

In het F430M-beeld van 51 Eridani b rapporteert het team een signaal-ruisverhouding (SNR) van 6,3. SNR geeft aan hoe duidelijk een signaal afsteekt tegen de ruis. Vergeleken met KLIP, een gangbare methode om sterlicht uit beelden te verwijderen, was de gevoeligheid op de positie van de planeet ongeveer vier keer hoger. De eerdere gepubliceerde analyse had in dit filter geen detectie gemeld.

De 4,3 μm is de golflengte van de waarneming, geen maat voor de planeet. De golflengte ligt in een koolstofdioxide-absorptieband. De onderzoekers noemen analyse van de fotometrie voor atmosferisch onderzoek als toekomstig werk.

Hoe voorkomt FLIP dat het planeetsignaal wordt weggefilterd?

Een puntspreidingsfunctie (PSF) is het patroon waarin een telescoop het licht van een puntbron, zoals een ster, afbeeldt. Veranderingen in de telescoop tussen een referentieopname en de opname van het doel kunnen ervoor zorgen dat aftrekken van het ene beeld uit het andere restlicht achterlaat.

FLIP gebruikt een fysisch model van de ster, de optiek en de detector. Het model bouwt voort op STPSF-optische modellen en informatie over het golffront, en is gemaakt in PyTorch. Met automatische differentiatie en de Adam-optimalisator past het team het model eerst aan een referentieopname aan en vervolgens, met een kleinere groep parameters, aan de opname van het doel.

Om te controleren of de optimalisatie geen planeetsignaal wegwerkt, voegen de onderzoekers gesimuleerde planeten aan het doelbeeld toe en volgen ze hun SNR. Ze stoppen wanneer die rond een piek komt of afvlakt. De volledige optimalisatie duurde ongeveer 35 minuten op één NVIDIA A30-gpu.

De waarnemingen waren vooraf verwerkt met JWST-pijplijnversie 1.18.1 en spaceKLIP 2.2.1. FLIP volgde dus op die dataverwerking als methode voor de aftrek van sterlicht.

Resultaten per doel en waarneming

Over de geteste datasets rapporteert de studie een twee- tot vijftienmaal hogere gevoeligheid dan met standaardtechnieken. De winst verschilt per doel, filter en hoekafstand. De tabel houdt SNR-resultaten apart van gevoeligheidsmetingen met geïnjecteerde planeten.

DoelFilter of hoekafstandResultaatVergelijking en voorwaarde
HIP 65426 bF444WOngeveer 1,6× hogere SNRVergeleken met KLIP
51 Eridani bF410MOngeveer 2,1× hogere SNRVergeleken met KLIP
51 Eridani bF430M, 4,3 μmSNR 6,3; ongeveer 4× hogere gevoeligheid op de planeetpositieVergeleken met KLIP; de eerdere gepubliceerde analyse meldde geen detectie in dit filter
TYC 58990,5 boogsecondeOngeveer 15× hogere gevoeligheidTest met geïnjecteerde planeten
TYC 58991 boogsecondeOngeveer 5× hogere gevoeligheidTest met geïnjecteerde planeten

De TYC 5899-resultaten komen uit tests met geïnjecteerde planeten. De onderzoekers gebruikten ze om de gevoeligheid te vergelijken; het doel had in de studie geen bekende begeleider.

De demonstratie bleef bij NIRCam

De studie omvatte vier datasets van drie systemen: HIP 65426 in F444W, 51 Eridani in F410M en F430M, en TYC 5899 in F444W. Alle waarnemingen waren gemaakt met JWST-NIRCam in coronagraafmodus. De auteurs beschrijven gebruik met MIRI en andere observatoria als mogelijke uitbreiding.

De verwerkingen bereikten de fundamentele fotonruislimiet niet. Ook moeten de schattingen van instrumentinstabiliteit nog systematisch worden gekalibreerd, met bijbehorende onzekerheden.