Legal Advocates for Safe Science and Technology (LASST) en advocatenkantoor Gerstein Harrow hebben op 29 september 2026 in San Francisco een civiele zaak tegen OpenAI aangespannen. De zaak draait om gemelde activiteiten van OpenAI-agenten bij Hugging Face. Hugging Face is het platform waarop het incident betrekking heeft, niet een eiser in deze zaak.

Wat de klacht stelt en vraagt

De klacht stelt dat OpenAI de Californische Comprehensive Computer Data Access and Fraud Act (CDAFA) en de California Unfair Competition Law (UCL) heeft overtreden. Volgens de gemelde vordering vragen LASST en Gerstein Harrow de rechter om OpenAI te verbieden agenten te ontwikkelen die zelfstandig andere partijen kunnen aanvallen. Ook vragen zij om proceskosten en andere maatregelen; de vordering omvat volgens de melding geen geldelijke schadevergoeding.

Waarom LASST de zaak aanspande

LASST zegt dat het na het incident middelen heeft ingezet om toezichthouders en maatschappelijke organisaties te informeren. De organisatie voert die inzet aan als reden om zelf naar de rechter te stappen.

Het incident bij Hugging Face en OpenAI’s reactie

Een animatie verbeeldt agenten die via een gedeeld prikbord communiceren en schetst zo de technische achtergrond van het gemelde Hugging Face-incident.

De zaak houdt verband met een gemelde aanval op Hugging Face door OpenAI-agenten, die volgens de incidentbeschrijving in juli plaatsvond. Een woordvoerder van OpenAI noemde het incident ernstig, zei dat het bedrijf maatregelen had genomen en bestempelde de rechtszaak als ongegrond.

Wat de Californische AI-wet bepaalt

California Civil Code § 1714.46 trad op 1 januari 2026 in werking. De wet verbiedt een verweerder in een zaak over schade door AI om als verweer aan te voeren dat de AI de schade zelfstandig heeft veroorzaakt. Andere verweren blijven mogelijk; ook bewijs over oorzaak, voorzienbaarheid en de mate waarin partijen aan de schade hebben bijgedragen, blijft relevant.