MIXED meldde dat OpenAI Codex CLI 0.163.0 op 15 oktober 2026 uitbracht met proxyfixes. Een daarvan zet de autorisatie vóór de DNS-resolutie voor adrescontrole: eerder kon de proxy de aangevraagde hostnaam al naar een DNS-resolver sturen voordat hij het verzoek afwees. De pull request van het Codex-project beschrijft de wijziging; de gemelde releasedatum komt van MIXED.

Eerst toestemming, dan DNS

DNS vertaalt een hostnaam, zoals een domeinnaam, naar een IP-adres. Als een proxy die naam opzoekt voordat hij toestemming controleert, kan de hostnaam dus in een DNS-query terechtkomen, ook wanneer de proxy de verbinding daarna weigert.

PR #51650 beschrijft dat de proxy voortaan eerst een overeenkomst met de allowlist of goedkeuring volgens het beleid nodig heeft voordat hij DNS gebruikt voor adrescontrole. Na lokale of externe beleidsgoedkeuring controleert de proxy ook de basisbeperkingen opnieuw; goedkeuring omzeilt daardoor geen expliciete weigeringen of beperkingen voor lokale en privéadressen. Na een goedgekeurde CONNECT-aanvraag blijven DNS-controles voor HTTPS-verzoeken binnen die verbinding bestaan, ook voor hostnamen die niet in de allowlist zijn opgeslagen.

Dezelfde pull request beschrijft een afzonderlijk probleem in een beheerde macOS Seatbelt-sandbox. Toestemming om lokaal te binden liet daar ook uitgaand DNS-verkeer via poort 53 toe. De wijziging haalt de toestemming voor extern DNS weg, maar behoudt lokaal binden en toegang tot de loopback-proxy. De beschreven tests controleren onder meer dat een niet-goedgekeurde host geen DNS-lookup veroorzaakt en dat extern UDP- en TCP-verkeer naar poort 53 wordt geweigerd, terwijl lokale proxyverbindingen behouden blijven.

Drie proxycontroles, drie reacties

De andere twee wijzigingen staan in PR #53506 en PR #52661. Samen beschrijven de pull requests drie verschillende voorwaarden en reacties van de proxy:

ProxycontroleVoorwaardeGedrag van de proxy
DNS voor adrescontroleDe hostnaam is nog niet goedgekeurd via de allowlist of het beleid.Eerst toestemming controleren, daarna pas DNS-resolutie voor adrescontrole.
Meerdere Host-headersEen verzoek bevat meer dan één Host-header, ook als de waarden identiek zijn.HTTP 400, vóór beleidscontrole, doorsturen of routering via een Unix-socket. Dit geldt voor gewone HTTP-verzoeken en CONNECT.
Alias voor beheerde inloggegevensGeselecteerde, via de proxy beheerde inloggegevens horen bij een host met inspectiehooks, maar worden gebruikt bij een alias zonder zulke hooks.HTTP 403 met blocked-by-mitm-hook.

Bij de dubbele Host-headers is het probleem dat onderdelen van een proxy dezelfde aanvraag verschillend kunnen verwerken. PR #53506 beschrijft tests met gelijke en conflicterende headers in verschillende aanvraagvormen, waaronder CONNECT. Die tests controleren ook dat de proxy afwijst voordat er een verbinding met de upstreamserver tot stand komt.

De controle op credentialaliassen richt zich op een specifiek geval: inloggegevens die de proxy beheert en die gekoppeld zijn aan een host met inspectiehooks, mogen niet via een alias zonder die hooks worden gebruikt. PR #52661 beschrijft tests voor onder meer provideraliassen, IPv6-adressen en de selectie van inloggegevens.