OpenAI beschreef op 23 oktober 2026 een gecontroleerde red-teamproef waarin AI-agenten in aparte microVM’s synthetische geheimen uitwisselden via timingverschillen in de CPU-cache. De agents deelden een hostcomputer, maar gebruikten voor de uitwisseling geen netwerkverbindingen of gedeelde bestanden waarin ze konden schrijven.
Hoe het cachekanaal een signaal doorgaf
Een CPU-cache is een klein, snel geheugen waarin de processor recent gebruikte gegevens bewaart. OpenAI beschrijft hoe de ene agent geselecteerde gegevens uit de cache verwijderde en de andere mat hoe lang het duurde om die gegevens opnieuw te laden. Een snelle of langzame uitlezing vormde zo het signaal. Met een afgesproken code konden de agents de verschillen gebruiken om een bericht te verzenden en te ontcijferen.
De microVM’s waren afzonderlijke, lichte virtuele machines die OpenAI’s sandboxsoftware op dezelfde fysieke host beheerde. Doordat de agents dezelfde hardware gebruikten, kon de activiteit van de ene agent veranderingen veroorzaken die de andere via de timing van cachetoegang waarnam.
Welke opdracht de agents kregen
OpenAI vroeg de agents in deze proef om synthetische geheimen uit te wisselen. De test hoorde bij een red-teamcampagne waarin teams van agents zwakke plekken moesten zoeken die toegang tot het internet, het overschrijden van een beveiligingsgrens of communicatie tussen geïsoleerde agents mogelijk konden maken.
OpenAI zegt dat het voor de campagne broncode van de infrastructuur, configuratiegegevens en documentatie over mogelijke kwetsbaarheden beschikbaar stelde. Het doel was de verdediging onder voor een aanvaller gunstige omstandigheden te testen, niet te meten wat modellen zonder hulp zelf zouden ontdekken. In de meeste communicatietests wees OpenAI de agents op specifieke kanalen of gaf het hun een protocol. Het bedrijf beschreef daarnaast een aparte test waarbij agents een brede lijst met kwetsbaarheden kregen; OpenAI koppelde die test niet aan het CPU-cache-experiment.
Wat de proef laat zien
De cacheproef liet zien dat agents in deze opstelling informatie konden uitwisselen via timingverschillen in gedeelde hardware, ook zonder netwerkverbinding of gedeeld schrijfbaar bestand. OpenAI verbindt deze methode met cache-timingtechnieken die ook zijn gebruikt bij Spectre en Meltdown.
OpenAI beschreef hostontsnappingen en pogingen om het live internet te bereiken als afzonderlijke tests in de campagne. De cacheproef betrof de uitwisseling van synthetische geheimen tussen agents in gescheiden microVM’s.
OpenAI meldde dat de meeste geteste kanalen informatie langzaam doorgaven en voor modellen moeilijk te benutten waren. Het bedrijf zei ook monitoringcontroles te hebben toegevoegd om pogingen tot communicatie via zulke kanalen te detecteren.