TESS heeft een actief waarnemingsprogramma voor TIC 4206066: van 31 oktober tot en met 26 november 2026 verzamelt de ruimtetelescoop gegevens van de ster met een cadans van twee minuten. De geplande waarnemingen moeten twee gemelde transitsignalen testen. Geen van beide is statistisch gevalideerd als planeet.
TESS plant waarnemingen van TIC 4206066
Programma 100 staat in de actieve lijst van TESS’ Director’s Discretionary Targets. Het richt zich op één doelwit: TIC 4206066, een laat-K-dwergster die ook bekendstaat als StKM 1-561. Het programma gebruikt een cadans van twee minuten; de waarnemingen staan gepland voor 31 oktober tot en met 26 november 2026.
Twee gemelde transitsignalen
Een transitsignaal is een terugkerende dip in het licht van een ster, die kan ontstaan wanneer een object ervoor langs beweegt. Zo’n dip is op zichzelf geen bewijs dat een planeet de oorzaak is.
Het sterkere signaal heeft volgens Pavel Rabtsevich een periode van 3,18 dagen en een diepte van ongeveer 500 ppm — circa 500 delen per miljoen. De geschatte straal is 1,4 ± 0,1 aardstralen, als het signaal afkomstig is van een planeet die om TIC 4206066 draait.
Het tweede signaal is aanzienlijk voorzichtiger te beoordelen. Rabtsevich beschrijft het als voorlopig: de gemelde periode is 11,13 dagen en de geschatte straal ongeveer 2,2 aardstralen, eveneens alleen als het object om TIC 4206066 draait. Een toets achteraf leverde voor dit signaal een resultaat van ongeveer 3σ op.
| Signaal | Gemelde periode | Geschatte straal als het object om TIC 4206066 draait |
| A | 3,18 dagen | 1,4 ± 0,1 aardstralen |
| B | 11,13 dagen | ongeveer 2,2 aardstralen |
Wat de geplande waarnemingen kunnen testen
Rabtsevichs vooraf vastgelegde protocol voorspelt tijdens de geplande waarnemingen negen transits van signaal A en drie van signaal B. De voorspelde transittijden hebben een onzekerheid van ongeveer vier minuten bij 1σ; ook de gegevensverwerking en uitkomstcategorieën zijn vooraf vastgelegd.
Als TESS een signaal opnieuw waarneemt, ondersteunt dat de voorspelling. Het bewijst op zichzelf niet dat een planeet de oorzaak is. De signalen blijven kandidaat-signalen totdat ze statistisch zijn gevalideerd.
De rol van Claude Code in de analyse
Rabtsevich zegt dat Claude Code delen van zijn analyse ondersteunde, waaronder gegevensverwerking, zoekcode, het passen van transitmodellen en controles op fout-positieven. Hij koos naar eigen zeggen de onderzoeksvragen en de criteria om resultaten te beoordelen. De software heeft de signalen dus niet zelfstandig bevestigd.
Rabtsevich meldt ook dat hij met gegevens uit twee observatiejaren de voorspelde transittijden in een derde jaar toetste. Volgens zijn verslag lukte dat bij elk van de drie combinaties van jaren.