Donald Trump stelde op 19 september 2026 een Amerikaanse AI Force en een toekomstige AI-czar voor, terwijl hij waarschuwingen over de gevaren van kunstmatige intelligentie als een ‘hoax’ wegzette. Zijn boodschap: de Verenigde Staten mogen de ontwikkeling van AI niet afremmen in de concurrentie met China, maar moeten de technologie wel in de gaten houden.
Daarmee komt een oude discussie in een nieuwe politieke verpakking terecht. Hoe snel mogen AI-systemen krachtiger worden, wie houdt toezicht en welke risico’s verdienen nu al aandacht?
Trump stelt een AI Force en een AI-czar voor
Trump zei dat de voorgestelde AI Force naar het voorbeeld van de Space Force zou worden opgezet. De nieuwe organisatie zou moeten zoeken naar schadelijke AI-activiteiten. Hij zei daarnaast dat hij op een later moment een AI-czar zou aankondigen.
De aankondiging ging dus over een voorgestelde overheidsstructuur en een beloofde benoeming. Trump gaf daarbij geen uitgewerkte beschrijving van de bevoegdheden van de AI-czar. De praktische invulling van beide plannen bleef onderdeel van de toekomstige uitvoering.
Trump koppelde zijn afwijzing van AI-waarschuwingen aan de geopolitieke strijd met China. In zijn redenering kan een brede vertraging de Amerikaanse voorsprong verzwakken. Hij zei ook dat AI uiteindelijk 25 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product zou kunnen vertegenwoordigen. Dat getal is zijn eigen voorspelling, geen vastgestelde economische prognose.
Bestaande rechtshandhaving als vangnet
Trump presenteerde bestaande strafrechtelijke, civiele en toezichthoudende bevoegdheden als vangnet voor schadelijk AI-gebruik. Op 21 september 2026 zei hij dat het ministerie van Justitie en andere rechtshandhavingsinstanties AI-risico’s zouden kunnen indammen als dat nodig was.
Dat past bij zijn bredere aanpak: snelle groei van de sector stimuleren en ingrijpen wanneer concrete schade daarom vraagt. De voorgestelde AI Force zou in die visie vooral een coördinerende of toezichthoudende rol krijgen, terwijl bestaande overheidsinstanties juridische middelen behouden.
Waarom AI-leiders juist voor meer voorzichtigheid pleiten
De politieke inzet botst met oproepen uit de AI-sector om de ontwikkeling beter af te stemmen op veiligheidswerk. Dario Amodei, topman van Anthropic, pleitte voor een lager ontwikkelingstempo wanneer evaluaties en beschermingsmaatregelen niet snel genoeg kunnen volgen. Sam Altman van OpenAI steunde volgens de berichtgeving een voorzichtiger, beter gecontroleerde aanpak. Ook Elon Musk en Demis Hassabis werden genoemd als voorstanders van extra toezicht of voorzichtigheid.
Het meningsverschil gaat niet simpelweg over de keuze tussen AI ontwikkelen of AI stilleggen. Het draait om de snelheid waarmee nieuwe mogelijkheden worden opgeschaald en om de vraag of veiligheidscontroles onafhankelijk genoeg zijn.
| Beleidskwestie | Trumps positie | Veiligheidsgerichte positie |
| Ontwikkelingstempo | Geen brede vertraging die de Amerikaanse positie tegenover China kan verzwakken | De ontwikkeling vertragen wanneer veiligheidswerk niet kan bijbenen |
| Toezicht | Bestaande strafrechtelijke, civiele en toezichthoudende bevoegdheden als vangnet | Sterkere monitoring, veiligheidsgrenzen en onafhankelijke evaluatie |
| AI-infrastructuur | Datacenters zijn economisch waardevol en moeten groei ondersteunen | Energieverbruik, watergebruik, netbelasting en lokale infrastructuurkosten meewegen |
| Grootste zorg | Een Amerikaanse achterstand in de concurrentie met China | Risico’s voor veiligheid, privacy, banen en maatschappelijke controle beperken |
De kernvraag is daarmee wie de grens bepaalt. Een bedrijf kan zijn eigen modellen testen, maar onafhankelijke evaluatoren krijgen volgens het veiligheidsgerichte kamp een belangrijkere rol wanneer systemen steeds meer hulpmiddelen en autonomie krijgen.
De risico’s gaan verder dan superintelligentie
De discussie draait niet alleen om het hypothetische scenario waarin AI-systemen menselijke controle verliezen. Genoemde zorgen omvatten ook vooroordelen in systemen, privacyschendingen, desinformatie, onduidelijke verantwoordelijkheid, verdringing van banen, hogere energievraag, watergebruik en druk op elektriciteitsnetten en lokale infrastructuur.
Dat maakt het onderwerp concreter dan alleen de vraag of robots ooit de macht overnemen. Een datacenter kan nu al gevolgen hebben voor energievoorziening, watergebruik en de kosten die een gemeenschap draagt. Ook fouten in AI-systemen kunnen gevolgen hebben voordat er sprake is van superintelligentie.
Daniel Kokotajlo, voormalig onderzoeker bij OpenAI en directeur van het AI Futures Project, schatte de kans op een wereldwijd catastrofaal AI-scenario op 70 procent. Dat is zijn persoonlijke inschatting. Het percentage is geen wetenschappelijke consensus en zegt niet dat een dergelijke uitkomst vaststaat.
Kokotajlo voorspelde bovendien dat superintelligente AI aan het einde van dit decennium zou kunnen bestaan als de ontwikkeling in hetzelfde tempo doorgaat. Ook dat is een persoonlijke voorspelling, geen vastgestelde planning voor de sector.
Wat de aankondiging praktisch betekent
Trump heeft de discussie over AI-veiligheid verbonden aan een concreet bestuursidee: een AI Force naar het voorbeeld van de Space Force, aangevuld met een toekomstige AI-czar. Tegelijk blijft zijn uitgangspunt dat Amerikaanse AI-bedrijven snel moeten kunnen doorgroeien om de concurrentie met China niet te verliezen.
De tegenpositie vraagt niet om dezelfde prioriteit. Dario Amodei en andere voorstanders van strengere veiligheidsmaatregelen willen dat evaluatie, toezicht en capaciteitsgroei beter op elkaar aansluiten. De volgende stap in het Amerikaanse beleid ligt daardoor niet alleen bij de vraag hoe AI wordt gestimuleerd, maar ook bij de vraag hoe deze voorgestelde structuur echte bevoegdheden en controle krijgt.