Een studie die op 13 september 2026 voor het eerst verscheen, gebruikt vijf kraters van de Mars 2020-landing in 2021 om inslagmodellen te toetsen. Een 3D-simulatie van twee vermoedelijke inslagen van wolfraamgewichten schat de cohesie van het plaatselijke doelmateriaal op 7 ± 1,5 kPa.

Vijf kraters van de Mars 2020-landing

Onderzoekers brachten vijf nieuwe kraters ten noordwesten van Jezero in verband met hardware die tijdens de landing van Mars 2020 op het oppervlak terechtkwam. Twee kraters zijn waarschijnlijk veroorzaakt door de twee wolfraam ballastgewichten van elk 77 kilogram. De drie andere worden toegeschreven aan fragmenten van de cruisetrap.

Om de kraters te vinden, vergeleken de onderzoekers beelden van vóór en na de landing van CTX en HiRISE aan boord van Mars Reconnaissance Orbiter. De vijf gemeten diameters lopen uiteen van 2,6 ± 0,5 tot 6,3 ± 0,5 meter. De kraters met de aanduidingen -c en -e zijn de waarschijnlijkste kandidaten voor de inslagen van de ballastgewichten; beide meten 3,5 ± 0,5 meter. De vindplaatsen liggen ongeveer 70 kilometer ten noordwesten van de rand van Jezero.

Een plaatselijke cohesieschatting uit het 3D-model

Voor de twee vermoedelijke inslagen van de ballastgewichten schatten de onderzoekers de cohesie van het plaatselijke materiaal met een 3D-model op 7 ± 1,5 kPa. Cohesie beschrijft hoe sterk het materiaal samenhangt. De simulatie gebruikte een inslaghoek van 10 graden ten opzichte van het horizontale vlak. De voorspelde snelheden lagen tussen 2,7 en 5,4 kilometer per seconde; 4 kilometer per seconde gold als de waarschijnlijkste waarde.

De 2D-simulaties leverden een andere, modelspecifieke schatting op: 0,2–1 kPa. Dat resultaat hoort bij een andere simulatieconfiguratie dan de voorkeurschatting uit het 3D-model.

Waar kraterschaalrelaties tekortschieten

Voor het onderzochte geval van een dicht projectiel dat onder een kleine hoek inslaat, presteerden conventionele kraterschaalrelaties slecht: ze overschatten de kraterdiameter met ongeveer een orde van grootte. De π-scaling-berekening kwam uit op een effectieve sterkteparameter van 50–200 kPa. Die parameter is een andere grootheid dan de cohesie die het 3D-model schat.

De twee waarschijnlijke ballastkraters ontstonden in door de wind gevormde afzettingen en materiaal dat een vallei opvult. De drie kraters die aan fragmenten van de cruisetrap worden toegeschreven, liggen in verband met een meer resistente eenheid. De simulaties gingen uit van een bolvormig projectiel en hielden geen rekening met lokale hellingen; de onderzoekers noemen meer 3D-simulaties als volgende stap om de schattingen voor deze inslagen te verbeteren.