Een onderzoeksteam onder leiding van Luciana V. Gatti rapporteerde voor Amazonia over 2010–2024 een gemiddelde totale koolstofflux die wees op een koolstofbron. Na aftrek van de koolstofflux door branden was de netto-bioomuitwisseling gemiddeld bijna neutraal. De studie verscheen op 21 oktober 2026 in Nature.

Een koolstofput neemt over een bepaalde periode meer koolstof op uit de atmosfeer dan zij uitstoot. Een koolstofbron stoot netto meer uit dan zij opneemt. Welke omschrijving bij Amazonia past, hangt in deze studie af van welke koolstofflux je bekijkt.

Wat de metingen van 2010 tot 2024 laten zien

De onderzoekers rapporteerden voor 2010–2024 een gemiddelde totale koolstofflux (TCF) van 0,32 ± 0,08 Pg C per jaar. TCF omvat de totale koolstofflux volgens de berekening van de studie; een positieve waarde staat voor een bron.

De koolstofflux door branden (FCF) bedroeg gemiddeld 0,40 ± 0,07 Pg C per jaar. De netto-bioomuitwisseling (NBE) is TCF min FCF. Die kwam uit op −0,08 ± 0,12 Pg C per jaar, dicht bij nul. NBE omvat ook natuurlijke bronnen en putten en menselijke emissies die niet door branden ontstaan.

De waarden beschrijven dus verschillende onderdelen van dezelfde koolstofboekhouding. De positieve TCF betekent dat Amazonia gemiddeld een bron was wanneer branden meetelden; de gemiddelde NBE was bijna neutraal nadat de brandflux was afgetrokken.

Hoe de onderzoekers de koolstofbalans berekenden

Het team analyseerde 1.017 vliegtuigprofielen, verzameld tussen 2010 en 2024 bij vier locaties. De onderzoekers maten concentraties koolstofdioxide (CO₂) en koolmonoxide (CO) op twaalf hoogten, van ongeveer 300 meter tot 4,4 kilometer boven zeeniveau. Met een methode die de concentraties in een luchtkolom gebruikt, schatten zij TCF, FCF en NBE.

De invloedgebieden van de vier meetlocaties vertegenwoordigden samen ongeveer 95% van het onderzoeksgebied. Dat gebied omvatte Amazonia in strikte zin, de Guiana’s en de bosgebieden van Gurupi. De cijfers slaan daarmee op het afgebakende studiegebied, niet op elk afzonderlijk deel van het Amazonegebied.

De jaargroepen wijzen op menselijke verstoring en klimaatstress

De onderzoekers verdeelden de vijftien jaren in drie groepen. In natte jaren met weinig menselijke verstoring lag de gemiddelde TCF op 0,11 ± 0,08 Pg C per jaar. In jaren met veel menselijke verstoring en relatief weinig klimaatstress was dat 0,43 ± 0,09 Pg C per jaar. De warmere, drogere jaren met sterke klimaatextremen en meer branden kwamen uit op 0,49 ± 0,07 Pg C per jaar.

JaargroepJaren en omstandighedenGemiddelde TCF (Pg C per jaar)
12011–2014 en 2017–2018; natte jaren met weinig menselijke verstoring0,11 ± 0,08
22019–2022; veel menselijke verstoring en relatief weinig klimaatstress0,43 ± 0,09
32010, 2015–2016 en 2023–2024; warm en droog, met sterke klimaatextremen en meer branden0,49 ± 0,07

Het verschil tussen de eerste en tweede groep laat zien dat hoge TCF ook samenging met sterke menselijke verstoring in jaren met relatief weinig klimaatstress. In de derde groep ging de combinatie van menselijke verstoring, droogte en hitte samen met nog hogere fluxen. De auteurs concludeerden dat directe menselijke verstoring, waaronder ontbossing, bosdegradatie en branden, de verschillen in koolstofflux vooral verklaarde; droogte en hitte versterkten de brandemissies.

Wat de studie meldt over 2023 en 2024

Het natte seizoen van 2023 had de sterkste seizoensmatige koolstofopname van de meetreeks. Voor 2024 rapporteerden de onderzoekers juist de hoogste jaarlijkse TCF van de vijftien onderzochte jaren: 0,81 ± 0,09 Pg C per jaar. Zij koppelden die hoge flux aan sterke brandemissies tijdens warme, droge omstandigheden.

Voor 2023 en 2024 onderzochten de auteurs ook bliksemgerelateerde ontstekingen. Ze koppelden actieve branddetecties aan blikseminslagen van wolk naar grond die binnen 72 uur en binnen een kilometer van de brand hadden plaatsgevonden. Met die methode schatten ze het aandeel bliksemgerelateerde ontstekingen op 1,6% in 2023 en 1,0% in 2024.

In een vergelijking van reeksen over 1979–2018 en 1979–2024 rapporteerden de onderzoekers voor de latere analyse 174 ± 69 millimeter minder jaarlijkse neerslag, een afname van 8%, en een stijging van de gemiddelde jaartemperatuur met 1,13 ± 0,13 °C.

Hoe Amazonia past in het wereldwijde beeld van boskoolstof

Een afzonderlijke wereldwijde synthese schatte de gemiddelde bruto-koolstofopname van bossen op 3,56 ± 0,37 Pg C per jaar over 1990–2019. Na aftrek van emissies door tropische ontbossing schatte die synthese de wereldwijde netto koolstofput van bossen op 1,33 ± 0,63 Pg C per jaar. Voor tropische bosgebieden rapporteerde zij per decennium waarden van −0,1 tot 0,6 Pg C per jaar, van een kleine netto bron tot een kleine netto put.

Die wereldwijde cijfers beschrijven andere gebieden en maatstaven dan de Amazonia-studie. Ze onderscheiden bruto-opname en nettoflux op wereldschaal; de Amazonia-studie rapporteert TCF, FCF en NBE voor haar eigen onderzoeksgebied en periode.