Anthropic kondigde Claude Opus 5.5 op 22 september 2026 aan als eerste model in de Claude 5.5-familie. Het bedrijf meldde dat het model beschikbaar was via zijn platforms en diensten van AWS, Google Cloud en Microsoft Azure. Voor ontwikkelaars zijn de API-tarieven per token; abonnementsgebruikers krijgen te maken met gebruikslimieten.

API-tarieven: standaard en snelle modus

Een API is een manier waarop software een model kan aanroepen. De prijs hangt af van het aantal tokens: kleine teksteenheden die het model verwerkt. Anthropic publiceerde deze tarieven per miljoen tokens:

ModusInvoertokens per miljoenUitvoertokens per miljoen
Standaard$4$20
Fast mode$8$40

Voor het lezen van cached tokens rekent Anthropic $0,20 per miljoen; voor het schrijven naar cache is dat $5 per miljoen tokens. Fast mode is beschikbaar in Claude Code en Claude Platform en haalt volgens Anthropic een snelheid tot 2,5 keer die van de standaardmodus.

De API wordt per token afgerekend. Een abonnement is een apart gebruiksmodel: de API-tarieven zijn dus geen abonnementsprijzen. De modelvermelding omvat Pro, Max en Team; Free is uitgesloten. Anthropic kondigde hogere limieten voor gebruiksperiodes van vijf uur aan voor Pro, Max, Team en Enterprise-abonnementen met losse seats. Abonnees krijgen ook een gebruiksreset die ze kunnen bewaren en later inzetten.

Wat zeggen de prestatiecijfers?

Een live coderingssessie bouwt een muziekvisualisatie en een browsergame; fouten vragen om menselijke debugging.

Anthropic zegt dat Claude Opus 5.5 op de meeste werkzaamheden presteert op het niveau van Claude Fable 5.1. Het bedrijf schat de kosten op gebruikelijke workloads bij standaardinstellingen 40% lager in dan bij Opus 5 en zegt dat het model uitvoer meer dan 30% sneller genereert.

In Anthropic’s benchmarkresultaten scoorde Opus 5.5 66,4% op Terminal-Bench 4.0 bij xhigh effort; GPT-6 Astra haalde 57,9% bij high effort. Op andere tests lag Astra juist hoger: 41,4% tegenover 40,0% op AutomationBench en 64,6% tegenover 58,7% op Terminal-Bench-Science 0.1. De cijfers zijn resultaten die Anthropic rapporteert; de inspanningsinstellingen verschillen bij de Terminal-Bench 4.0-vergelijking. Een benchmarkscore geeft daarmee geen algemene rangorde voor iedere taak.

Een live coderingssessie laat zien hoe modellen aan een muziekvisualisatie en een browsergame werken. Bij beide opdrachten zijn fouten te herstellen met menselijke debugging; de sessie is een praktische demonstratie, geen gecontroleerde benchmark.

Veiligheidsmaatregelen en taakverdeling

Anthropic zegt dat Opus 5.5 beveiligingsmaatregelen heeft voor cybersecurity, biologie en modeldistillatie. In een nieuwe evaluatie deed het model volgens het bedrijf ongeveer 85% minder pogingen om grenzen van een afgeschermde omgeving te overschrijden dan Opus 5 of Claude Mythos 5.1. Anthropic omschreef de pogingen als laag in ernst en zelfgerapporteerd.

Bij de taakverdeling geldt een afzonderlijke beperking: volgens Anthropic worden de meeste cybersecuritytaken doorgestuurd naar Opus 4.8. Gewone softwarefouten oplossen kan wel met Opus 5.5.