CERN meldt dat bij zijn n_TOF-faciliteit voor het eerst experimenteel de neutronenvangst van niobium-94 is bepaald. Die meting helpt verklaren hoe niobium-94 kan bijdragen aan de hoeveelheid molybdeen-94 in presolaire korrels, oud sterrenstof dat in meteorieten is bewaard. CERN beschrijft de meting.

Wat de meting aan niobium-94 onderzoekt

De meting richt zich op de werkzame doorsnede voor neutronenvangst: een maat voor de kans dat niobium-94 een neutron invangt, afhankelijk van de energie van dat neutron. De CERN-pagina over het resultaat is gedateerd op 19 augustus 2026.

Bij de time-of-flightmethode wordt de reistijd van deeltjes over een bekende afstand gebruikt om hun eigenschappen te bepalen. Zo kon de neutronenvangst van niobium-94 experimenteel worden onderzocht.

Waarom niobium-94 ertoe doet voor molybdeen-94

Vertakkend schema met twee routes vanuit niobium-94: neutronenvangst leidt naar niobium-95 en bètaverval naar molybdeen-94.

Niobium-94 kan via neutronenvangst niobium-95 vormen. Bij bètaverval ontstaat molybdeen-94. Die twee beschreven routes verbinden een meting aan niobium-94 met de hoeveelheid molybdeen-94 die in presolaire korrels is waargenomen.

![Schematische vertakking van twee beschreven routes vanuit niobium-94: neutronenvangst leidt naar niobium-95 en bètaverval naar molybdeen-94.](pending infographic)

De meting scherpt één route aan die helpt de hoeveelheid molybdeen-94 te verklaren; ze lost het hele vraagstuk niet op.

Wat de meting verandert aan sterrenmodellen

Volgens Javier Balibrea Correa, de eerste auteur, vermindert opname van de meting de onzekerheid in geavanceerde sterrenmodellen en kunnen die de waargenomen hoeveelheid molybdeen-94 in oud sterrenstof beter reproduceren. Het resultaat is een gedeeltelijke vooruitgang: voor andere kernprocessen van niobium-94 steunen verklaringen nog op theoretische schattingen.