Op 28 september verschijnt een praktijktest van de iPhone 18 Pro-camera die het belangrijkste verschil meteen duidelijk maakt: de hoofdcamera heeft een fysiek variabel diafragma, terwijl hogere waarden in de instelling Diepte softwarematig worden gesimuleerd. De iPhone 18 Pro en Pro Max delen volgens praktijktests hetzelfde camerasysteem en dezelfde camerasoftware.

De hoofdcamera is een van de drie camera’s achterop; elk heeft een resolutie van 48 megapixel. De frontcamera is 18 megapixel. Het praktische verschil zit vooral in de bediening van het diafragma en de effecten die je daarmee kunt maken.

Wat verandert er aan de iPhone 18 Pro-camera?

De iPhone 18 Pro biedt vier fysieke standen voor het diafragma van de hoofdcamera: ƒ/1,48, ƒ/1,8, ƒ/2,8 en ƒ/4. Bij de iPhone 17 Pro was het diafragma van de hoofdcamera vast ingesteld op ƒ/1,78. De nieuwe standen geven je dus meer controle over de hoeveelheid licht die binnenvalt en over de onscherpte achter je onderwerp.

Een lager ƒ-getal betekent een grotere opening. Die laat meer licht door en kan de achtergrond sterker onscherp maken. Een hogere stand verkleint de opening en kan meer van de scène scherp houden. Het diafragma staat standaard op automatisch; handmatige bediening is er voor wie zelf de belichting en beeldweergave wil sturen.

Fysiek diafragma is niet hetzelfde als gesimuleerde diepte

iPhone 18 Pro-camera: wat het variabele diafragma doet

De fysieke opening loopt tot ƒ/4. Waarden zoals ƒ/16 in de aparte instelling Diepte zijn geen extra standen van de lens, maar softwarematig gesimuleerde scherptediepte. De camera kan bij zulke instellingen optische en digitale effecten combineren.

Dat onderscheid is nuttig wanneer je de bediening gebruikt: een hogere waarde in Diepte betekent niet dat de lensopening fysiek verder sluit. De fysieke opties blijven ƒ/1,48, ƒ/1,8, ƒ/2,8 en ƒ/4.

Welke effecten kan de bediening geven?

Bij ƒ/4 kunnen heldere lichtbronnen stervormige punten krijgen. Een kleinere opening vermindert ook de hoeveelheid licht die binnenkomt. Een praktijktest beschrijft daarnaast hoe een langere sluitertijd beweging in beeld kan vervagen: bij een foto van een waterval werden ƒ/4 en een sluitertijd van 1/15 seconde gebruikt.

De handmatige bediening omvat ook sluitertijd, witbalans en scherpstelling. Focus Tracking, dat bewegende onderwerpen helpt volgen, is volgens een praktijktest beschikbaar op de camera’s achterop. Dit zijn praktijkwaarnemingen, geen vaste garantie voor elk onderwerp of elke scène.

Er is ook een gebruikscompromis: de bediening voor diafragma en sluitertijd zit volgens een praktijktest diep in een uitklapbaar menu. De Camera Control-knop kan die instellingen niet rechtstreeks aanpassen. Wie snel met één hand wil fotograferen, moet daardoor eerst door de camerabediening navigeren.

Hoe filmachtig zijn de Photographic Styles?

De bijgewerkte Photographic Styles bieden onder meer instellingen voor textuur en korrel. In een kwalitatieve vergelijking met analoge film vielen de korrel en halation — een lichte gloed rond heldere delen — overtuigend uit; kleur en contrast sloten zonder extra nabewerking minder goed aan bij film.