Cursor documenteert ondersteuning voor Jupyter-notebooks: het kan .ipynb- en .py-bestanden uitvoeren met geïntegreerde celuitvoering, en Tab en Agents werken volgens Cursor ook in notebooks. Voor volledige notebookondersteuning raadt Cursor de extensie ms-toolsai.jupyter aan (Cursor-documentatie). Een Jupyter-notebook combineert uitvoerbare code met tekst in Markdown. Microsoft beschrijft ook ingebouwde notebookbewerking in Visual Studio Code (Microsoft Learn).
Wat Cursor en VS Code over notebooks documenteren
De documentatie van beide editors beschrijft notebookgebruik, maar vermeldt verschillende bijzonderheden. Cursor noemt naast .ipynb ook .py-bestanden en ondersteuning voor Tab en Agents. Microsoft Learn beschrijft notebookbewerking in Visual Studio Code. Een notebook bevat codecellen die je uitvoert en Markdown-cellen voor uitleg; zo staan analyse en toelichting bij elkaar.
Wat de melding over Cursor Agent inhield
Op 6 februari 2026 meldde een gebruiker dat geaccepteerde wijzigingen van Cursor Agent in Jupyter-notebooks niet ongedaan konden worden gemaakt met Ctrl+Z of via een eerder Agent-controlepunt. De gebruiker noemde Cursor 2.4.28 op macOS. Cursor-medewerkers erkenden de gemelde fout en adviseerden om in .py-bestanden te werken, cellen handmatig te bewaren of vóór een Agent-sessie een Git-commit te maken (de forummelding en reactie van Cursor).
Wie een Agent wijzigingen in een notebook laat aanbrengen, kan daarom vooraf een commit maken of de betrokken cellen kopiëren. Dat zijn de voorzorgsmaatregelen die Cursor-medewerkers bij deze melding voorstelden.
Een gedeelde notebookworkflow in de repository
Tech Insider beschreef een aanpak waarbij Jupytext een Python-bestand in percent-formaat koppelt aan een .ipynb-notebook. Het .py-bestand dient daarin als bewerkbare bron; de notebook wordt ermee gesynchroniseerd. Dat geeft een team een expliciet bronbestand om in te werken, terwijl het notebookformaat beschikbaar blijft voor uitvoering.
Dezelfde aanpak stelt voor om één Jupyter-kernelnaam, zoals notebook-lab, voor het project te gebruiken. Een kernel is het proces dat de codecellen uitvoert. Verder gebruikt de beschreven workflow nbstripout als Git-filter: uitvoer blijft in de werkmap staan, maar wordt uit de klaargezette notebookversie verwijderd. Controles op klaargezette bestanden kunnen vervolgens uitvoer en uitvoertellingen nalopen en de code in de notebook vergelijken met die in het gekoppelde .py-bestand. Zo krijgt de repository vaste plekken voor broncode, uitvoer en controles, ongeacht welke editor een teamlid gebruikt.