Op 7 oktober 2026 kondigde Microsoft een hybride AI-strategie voor Windows aan: AI-taken moeten, afhankelijk van de taak, lokaal op een pc draaien of naar cloudservices gaan. Microsoft koppelt die aanpak aan toegangsregels voor softwareagenten en aan geplande Copilot-functies. In onze vooruitblik op het Windows- en Surface-evenement van 7 oktober lag de nadruk nog op wat Microsoft zou aankondigen; inmiddels heeft het bedrijf zijn strategie toegelicht.
Voor gebruikers is het onderscheid praktisch: Windows is volgens Microsoft niet bedoeld om alle AI-verwerking naar de pc te verplaatsen. Lokale modellen en clouddiensten krijgen elk een rol, afhankelijk van het werk.
Windows’ hybride AI-strategie
Microsoft wil Windows AI-taken laten verdelen tussen lokale modellen en cloudservices. Het bedrijf noemt dat hybride intelligentie: de pc voert werk lokaal uit wanneer dat passend is, terwijl een cloudmodel of -dienst kan worden ingezet wanneer dat nodig is.
Dat betekent dus niet dat Copilot altijd lokaal draait. Microsoft beschrijft een combinatie van lokale rekenkracht en cloudintelligentie. De aankondiging van 7 oktober legt de algemene aanpak uit, maar presenteert de nieuwe lokale Copilot-functies als plannen voor een latere uitrol.
Wat Microsoft Execution Containers regelen
Microsoft Execution Containers (MXC) is volgens Microsoft algemeen beschikbaar op Windows 11. Organisaties kunnen ermee vastleggen welke bestanden en netwerken een agent mag gebruiken; het beleid wordt tijdens het uitvoeren van de agent afgedwongen.
Microsoft noemt daarnaast proces- en sessie-isolatie, WSLc, virtuele machines en Windows 365 for Agents als onderdelen van de Windows-mogelijkheden voor agentbeveiliging. Voor beheer op grote schaal kunnen volgens het bedrijf aanvullende diensten nodig zijn.
Copilot en HydraFusion: aangekondigde functies
Microsoft plant voor Copilot op Copilot+-pc’s drie lokale functies: toegang tot context op de pc, lokale acties en toegang tot lokale modellen. Voor het gebruiken van lokale context is toestemming nodig. Microsoft verwacht dat de functies de komende maanden worden uitgerold; de beschikbaarheid kan per apparaat, markt en siliciumplatform verschillen. Home, Code en Autopilot zijn de Copilot-ervaringen die het bedrijf in dit verband noemt.
Ook lokale modelroutering voor GitHub HydraFusion staat op de planning. Microsoft voorzag voor later in oktober 2026 een experimentele preview in de GitHub Copilot-app, Copilot CLI en Visual Studio Code. De functie moet HydraFusion op Windows niet alleen naar cloudmodellen, maar ook naar modellen op het apparaat laten routeren.
Windows ML en lokale modellen
Windows ML is Microsofts runtime voor het inzetten van AI-modellen op GPU’s, NPU’s en CPU’s. Het bedrijf kondigde ondersteuning voor llama.cpp aan, zodat ontwikkelaars die bibliotheek voor open-sourcemodellen kunnen gebruiken. Microsoft meldde op 23 september 2025 dat Windows ML algemeen beschikbaar was voor productiegebruik; die eerdere status staat los van de nieuwe Copilot- en HydraFusion-plannen.
Microsoft gaf ook specificaties voor eigen en andere lokale modellen. MAI Code 1.1 Flash heeft volgens het bedrijf 137 miljard parameters in totaal, waarvan 6,8 miljard actief zijn. Microsoft beschrijft een lokale versie met 3-bit-precisie en een contextvenster van 256K tokens.
Voor RTX Spark noemde Microsoft DeepSeek V4 Flash, een model met 284 miljard parameters, en een toekomstig NVIDIA Nemotron-model met meer dan 70 miljard parameters. Dat laatste zou zijn gekwantiseerd naar 2 bits en iets meer dan 20 GB geheugen gebruiken.
RTX Spark: wat de benchmarks meten
Microsoft kondigde Surface Laptop Ultra en Windows-pc’s met NVIDIA RTX Spark aan voor lokale AI-workloads. Voor Surface Laptop Ultra noemde het bedrijf maximaal 128 GB gezamenlijk geheugen, een touchscreen van 15 inch en de mogelijkheid om lokaal modellen met meer dan 120 miljard parameters uit te voeren.
Microsoft beschreef ook DGX Station for Windows, gebaseerd op de NVIDIA GB300 Grace Blackwell Ultra Desktop Superchip. Volgens de specificaties van Microsoft heeft het systeem maximaal 748 GB coherent geheugen en 20 petaflops FP4-rekenkracht voor AI. Het bedrijf schetste gebruik met modellen tot 1 biljoen parameters en teamscenario’s met 32 of meer gelijktijdige agents.
De prestatiecijfers van RTX Spark komen uit tests met geselecteerde preproductiesystemen. Microsoft meldde dat de tests in september 2026 zijn uitgevoerd en presenteerde resultaten uit tests in opdracht van Microsoft of NVIDIA. De resultaten verschillen per apparaat en configuratie.
| Maatstaf | Gerapporteerd resultaat | Vergeleken systemen | Werklast en testomstandigheden |
| Tijd tot het eerste token | Tot 2,1× sneller | Geselecteerde preproductie-Windows-pc’s met RTX Spark, waaronder een preproductie-Surface Laptop Ultra met 64 GB, tegenover een preproductie-Apple MacBook Pro 16-inch met M5 Pro en 64 GB | llama.cpp met Qwen3.5 27B (Q4K-Medium) en een vaste prompt van 8.192 tokens |
| Afbeeldingen genereren | Tot 4,3× sneller | Geselecteerde preproductie-Windows-pc’s met RTX Spark tegenover een Apple MacBook Pro 16-inch met M5 Pro en 64 GB | NVIDIA-test met ComfyUI, FLUX.2 Klein 4B op NVFP4, vier stappen en een uitvoer van 1024 × 1024 pixels |
| Video genereren | Tot 6,2× sneller | Geselecteerde preproductie-Windows-pc’s met RTX Spark tegenover een Apple MacBook Pro 16-inch met M5 Pro en 64 GB | NVIDIA-test met ComfyUI, LTX 2.3 22B op NVFP4, 121 frames bij 25 fps, acht stappen en een uitvoer van 1280 × 720 pixels |
De drie resultaten meten verschillende taken en testopstellingen. Een winst bij het genereren van video zegt dus niet automatisch iets over de snelheid van een andere AI-taak.
Windows Search en aangekondigde gameplannen
Microsoft meldde dat nieuwe taakacties in Windows Search vanaf 7 oktober naar Windows Insiders in het experimentele kanaal werden uitgerold. Voorbeelden zijn instellingen wijzigen, helderheid of geluid aanpassen, vensters ordenen en een bericht versturen.
Voor 2027 kondigde Microsoft aan dat Call of Duty naar RTX Spark moet komen.