De studie die op 30 september 2026 in PLOS ONE verscheen, bracht ruimtestraling in verband met vertraagde fibrose rond bloedvaten in het hart van mannelijke ratten. Het ontlasten van de achterpoten, een model voor microzwaartekracht, veroorzaakte die fibrose niet. De proef onderzocht rattenhartweefsel, geen hartfunctie of hartinfarcten bij mensen.

Meer collageen rond hartvaten na bestraling

De onderzoekers vonden bij de bestraalde ratten ongeveer tweemaal zoveel collageen rond de hartvaten als bij de relevante controledieren. Collageen is een structureel eiwit; een ophoping ervan rond bloedvaten kan wijzen op perivasculaire fibrose, de vorming van bindweefsel rond die vaten.

De bevindingen kwamen op verschillende momenten naar voren, afhankelijk van de dosis. De proef met 0,75 gray (Gy) werd 360 dagen gevolgd; bij 1,5 Gy lag de follow-up op 270 dagen. Gy is de eenheid voor de hoeveelheid stralingsenergie die per kilogram materiaal wordt geabsorbeerd.

BestralingsconditieDosisFollow-upBevinding
Zonder ontlasting van de achterpoten0,75 Gy360 dagenOngeveer tweemaal zoveel perivasculair collageen als bij de sham-bestraalde controle
Zonder ontlasting van de achterpoten1,5 Gy270 dagenOngeveer tweemaal zoveel perivasculair collageen als bij de sham-bestraalde controle

De proef met 0,75 Gy was een vervolgexperiment zonder ontlasting van de achterpoten. De studie rapporteerde daarnaast fibrose bij 83 procent van de ratten in die dosisgroep en bij 100 procent na 1,5 Gy. Dat zijn uitkomsten in de kleine diergroepen van dit experiment, geen percentages voor mensen.

Straling en microzwaartekrachtmodel hadden verschillende effecten

De onderzoekers verdeelden 72 mannelijke WAG/RijCmcr-ratten van 8 tot 9 maanden oud over zes groepen. De straling was een snelle, acute blootstelling aan een vereenvoudigde simulatie van galactische kosmische straling: vijf ionen werden met zes bundels toegediend. Sommige dieren kregen ook hindpootontlasting (HLU), waarbij de achterpoten worden ontlast om microzwaartekracht na te bootsen. Die behandeling begon vijf dagen vóór de bestraling en liep door tot 25 dagen erna.

HLU alleen leidde niet tot perivasculaire hartfibrose. Ook veroorzaakte HLU bij de vergelijking met 1,5 Gy geen meetbare toename bovenop het effect van de straling alleen. De straling hing dus samen met de fibrosebevinding; de studie schrijft die niet toe aan het microzwaartekrachtmodel op zichzelf.

HLU had wel effecten op andere uitkomsten. De onderzoekers zagen onder meer veranderingen in CD56+-gebieden in de milt, circulerende lymfocyten en cytokinen. Straling veranderde sommige van die reacties. Dat zijn afzonderlijke immuunbevindingen, niet een aanwijzing dat HLU zelf hartfibrose veroorzaakte.

Wat de rattenproef over mensen kan zeggen

De resultaten tonen geen verhoogd risico op een hartinfarct bij astronauten of andere mensen aan. De onderzoekers bestudeerden uitsluitend mannelijke ratten, onderzochten hartweefsel en maten de hartfunctie niet. De blootstelling was bovendien een acute dosis met hoge dosissnelheid, terwijl de stralingssimulatie het kosmische stralingsveld niet volledig weergaf.

Ook de genomische analyse was beperkt: die omvatte drie bestraalde en drie sham-bestraalde ratten op één meetmoment, zonder individuele metingen van vóór de blootstelling. De studie beschrijft daarmee vertraagde veranderingen in hartweefsel binnen een specifiek rattenmodel, niet het klinische risico van een menselijke ruimtemissie.