In een studie die op 15 september 2026 verscheen, melden K. N. Ortiz Ceballos, Edo Berger en Yvette Cendes dat MeerKAT radio-emissie heeft opgevangen van een bron die astrometrisch overeenkomt met de reuzenplaneet Beta Pictoris b. De waarnemingen vonden plaats tijdens vier meetperioden tussen februari 2025 en mei 2026, op frequenties van 0,85 tot 3,5 GHz. Het signaal bestaat uit terugkerende uitbarstingen en zwakkere, aanhoudende emissie. De studie presenteert de vondst als de eerste radiobron waarvan de positie astrometrisch aan een rechtstreeks afgebeelde exoplaneet is gekoppeld.

Wat de studie meldt over Beta Pictoris b

De uitbarstingen veranderden snel en waren voor ongeveer 40 tot 70 procent circulair gepolariseerd. Dat betekent dat een groot deel van de radiogolven in een cirkelvormige richting trilt. De zwakkere emissie tussen de uitbarstingen is een afzonderlijk onderdeel van het signaal; de auteurs geven daarvoor nog geen definitieve verklaring.

De eerste van de vier meetperioden viel op 15 februari 2025. Daarna volgden waarnemingen op 31 mei 2025, 20 februari 2026 en 2 mei 2026. Op 20 februari 2026 gebruikten de onderzoekers twee gelijktijdige deelreeksen voor verschillende delen van de S-band. Dat zijn twee meetblokken binnen één waarnemingsperiode.

Hoe onderzoekers de planeet van zijn ster onderscheidden

Een Engelstalige video legt de MeerKAT-waarnemingen en aurorale radio-emissie bij Beta Pictoris b uit.
Studie koppelt radiosignaal aan Beta Pictoris b

Een radiosignaal uit een planetenstelsel is niet automatisch aan de planeet toe te schrijven: de ster staat vlakbij aan de hemel. Daarom registreerden de onderzoekers de positie van de radiobron astrometrisch, met andere woorden: door die nauwkeurig met referentieobjecten aan de hemel te vergelijken.

Voor dat referentiekader gebruikten ze negen quasars die door Gaia waren geïdentificeerd en één VLBI-kalibrator. De berekende positie komt overeen met Beta Pictoris b. De positie past niet bij de moederster Beta Pictoris of bij de andere planeet Beta Pictoris c. De afwijking bedraagt respectievelijk 4,4 sigma voor de ster en 4,8 sigma voor Beta Pictoris c.

Waarom de uitbarstingen op aurorale radio-emissie wijzen

De onderzoekers geven voor de snelle uitbarstingen de voorkeur aan elektron-cyclotronmaserinstabiliteit, afgekort ECMI. Dat natuurlijke proces kan radio-emissie opwekken in een planeetatmosfeer en hangt samen met aurora’s. De snelle variatie en sterke circulaire polarisatie passen bij die verklaring.

De studie rapporteert geen aanwijzingen voor een kunstmatige uitzending of leven op Beta Pictoris b en stelt geen levensvatbare atmosfeer vast. De ECMI-verklaring betreft de uitbarstingen; voor de zwakkere, aanhoudende emissie noemen de auteurs twee mogelijkheden: gyrosynchrotronemissie of overlappende, zwakkere ECMI-uitbarstingen.

Wat het signaal zegt over magnetisme en rotatie

Als de uitbarstingen fundamentele ECMI-emissie zijn, impliceert de waarneming tot 3,5 GHz een magneetveld van minstens 1,25 kilogauss op de plek waar de radiostraling ontstaat. Dat is een afgeleide schatting onder die interpretatie, geen rechtstreekse meting van het veld in de planeet.

Een interval van ongeveer acht uur tussen de eerste en de derde uitbarsting in de L-band kan passen bij de rotatie van Beta Pictoris b. De onderzoekers noemen het mogelijke verband met rotatiemodulatie, geen bevestiging ervan. Schattingen op basis van spectroscopie komen uit op een rotatieperiode van 8 tot 9 uur; JWST-fotometrie levert een schatting van 9,00 ± 0,13 uur. JWST hielp zo de rotatieperiode te schatten, terwijl MeerKAT de radiowaarnemingen deed.

Welke andere planeten met deze methode onderzocht kunnen worden

De onderzoekers noemen zeven andere rechtstreeks afgebeelde reuzenexoplaneten in vijf stelsels binnen 45 parsec waarvan de onderlinge afstand geschikt is voor dezelfde lokalisatiemethode. Voor detecties van die planeten zou volgens hun schatting ongeveer vijf tot zeven keer meer gevoeligheid nodig zijn. Die gevoeligheid verwachten ze van radiosterrenwachten van de volgende generatie.