Op 2 oktober werd gemeld dat Asahi Linux-ontwikkelaar Sven Peter eerste device trees had ingediend voor het mergevenster van Linux 7.4. De wijzigingen richten zich op zes Macs met de basis-M4 en, afzonderlijk, de MacBook Neo met A18 Pro. Een device tree beschrijft de hardware van een systeem voor de kernel en helpt die de onderdelen te vinden. Dit is een eerste stap richting het starten van Linux, geen bruikbare desktopondersteuning.
Welke Macs vallen onder de gemelde M4-ondersteuning?
De gemelde M4-reeks omvat zes modellen:
- MacBook Pro van 14 inch (M4, 2024)
- iMac van 24 inch (M4, 2024) met 2 USB-C-poorten
- iMac van 24 inch (M4, 2024) met 4 USB-C-poorten
- MacBook Air van 13 inch (M4, 2025)
- MacBook Air van 15 inch (M4, 2025)
- Mac mini (M4, 2024)
De MacBook Neo is een afzonderlijk doelwit: daarvoor is een eerste device tree voor de A18 Pro ingediend.
Wat beschrijven de eerste device trees?
Voor de Macs met M4 beschrijven de wijzigingen CPU-kernen, een interruptcontroller, energietoestanden, een watchdog, seriële communicatie, een pincontroller, I²C en een framebuffer. De aparte beschrijving voor de A18 Pro omvat CPU-kernen, een interruptcontroller, een watchdog, seriële communicatie en een framebuffer.
Die gegevens helpen de kernel de hardware te herkennen tijdens het opstarten. De eerste stap is echter nog te beperkt voor een bruikbare Linux-desktop: GPU-ondersteuning en andere functionaliteit ontbreken nog.