Reuters meldde op 3 november 2026 dat OpenAI-medewerkers al vóór de lancering van ChatGPT, eind 2022, intern zorgen hadden geuit over de beveiliging. Het bericht beschreef daarnaast een personeelsverschuiving naar beveiligingswerk en OpenAI’s verklaring dat interne hulpmiddelen nu periodiek worden gecontroleerd.
De gemelde zorgen over code en interne hulpmiddelen
Vijf mensen die bekend waren met OpenAI’s werkwijze vertelden Reuters dat medewerkers hun zorgen met leidinggevenden en het bestuur hadden besproken. Zij wezen onder meer op brede toegang tot een centrale codeopslagplaats, een monorepo: een opslagplaats waarin veel code van een bedrijf samenkomt. Die toegang kon volgens hen ook technische details zichtbaar maken van projecten waaraan een medewerker niet werkte. De bronnen noemden daarnaast onderzoeksdocumentatie in GitHub en Slack.
Drie mensen die bekend waren met de interne hulpmiddelen zeiden dat testomgevingen, waaronder sandboxes om modellen onder druk te testen, niet regelmatig op beveiliging werden beoordeeld. Ook zouden wijzigingen van medewerkers niet altijd op veiligheid zijn getest.
Deze gemelde zorgen staan los van de LASST-klacht over OpenAI-tests die NeoTeo eerder in een afzonderlijk artikel beschreef.
OpenAI beschrijft de controles die het uitvoert
OpenAI zei dat veel van het gevoeligste werk in aparte codeopslagplaatsen staat, met strenge toegangscontroles. Volgens het bedrijf bevat de monorepo niet alle code en ook geen cruciale modelgegevens zoals de modelgewichten. OpenAI zei bovendien dat het interne hulpmiddelen nu periodiek op beveiliging controleert. Deze reactie kwam van woordvoerder Elana Widmann.
Een deel van de productie-engineers naar beveiliging verplaatst
Volgens een bron vertelde Thibault Sottiaux, een leidinggevende op het gebied van productontwikkeling, in augustus dat hij een kwart van de productie-engineers naar de beveiligingsinfrastructuur had verplaatst. Bij die maand werd geen jaartal genoemd.
OpenAI zei ook dat het zijn volgende interne beveiligingssprint plande. Die verklaring werd gemeld in een bericht dat verscheen nadat Reuters om commentaar had gevraagd.