Kanker. Een eenvoudig woord dat enorme schade en pijn kan veroorzaken. De prestaties van de mensheid zijn indrukwekkend, maar we hebben de weerstand van deze ziekte nog niet volledig kunnen breken, of beter gezegd, deze groep van ziekten. Wat maakt kanker zo moeilijk te genezen? De factoren zijn talrijk, maar bovenaan de lijst staan beperkingen in de onderzoeken en een angstaanjagend aanpassingsvermogen van de tumoren.
Op de een of andere manier blijft kanker een ziekte die op onze radar staat. Soms raakt het ons direct, en soms treft het vrienden, familie, buren. We onderzoeken al tientallen jaren de vele vormen van kanker die bestaan. Verschillende ziekten zijn volledig uitgeroeid, maar kanker verzet zich. De oncoloog en Pulitzerprijswinnaar Siddhartha Mukherjee noemde kanker “De Keizer van Alle Ziekten”. Een op de zes sterfgevallen ter wereld houdt verband met kanker, en men verwacht dat het aantal nieuwe gevallen de komende twintig jaar met 70 procent zal stijgen. Dat brengt ons bij “de” vraag:
Waarom is kanker zo moeilijk te genezen?
Het begint allemaal met de aard ervan: Kanker is mutatie, chaos, gebrek aan controle. De wetenschappelijke term is “abnormale celgroei”, al maakt dat een weefsel niet per se kankerachtig (hyperplasie is een goed voorbeeld). In een normale situatie detecteren cellen deze mutaties, corrigeren of elimineren ze.
Het probleem ontstaat wanneer een mutatie de vermenigvuldiging en verspreiding van kankercellen mogelijk maakt, wat de mogelijkheid opent van invasie van omliggende weefsels, en in het ergste geval uitzaaiing. Chirurgie, chemotherapie, bestraling, immunotherapie, hormoontherapie en gerichte behandelingen zijn enkele van de wapens die we tot onze beschikking hebben om kanker te bestrijden, maar hun effectiviteit is niet 100 procent.
Helaas hebben onze onderzoeken naar kanker grenzen. Veel dingen werken wonderbaarlijk in het laboratorium, maar zodra we die ontdekkingen in een behandeling omzetten, ontdekken we dat het geen effect heeft. Dan is er nog het detail van subklonering: meerdere populaties kankercellen met kleine verschillen die uit dezelfde tumor voortkomen. Een behandeling kan zeer effectief zijn in het uitroeien van één type subkloon, en andere negeren.
Daar moeten we de complexe en delicate verbinding die tumoren met gezond weefsel onderhouden, hun vermogen om de werking van het immuunsysteem te onderdrukken (waardoor de herkenning van kanker wordt geblokkeerd), de aanwezigheid van zogenaamde kankerstamcellen die langer in leven blijven dan de traditionele detectie, en hun aanpassing op moleculair niveau om te overleven onder stress aan toevoegen. Kanker verandert, maar wij ook, en de toekomst voorspelt buitengewone middelen, waaronder nanotechnologie.