De Amerikaanse App Store staat onder druk, maar de cijfers vertellen niet dat al het geld uit de winkel verdwenen is. In het tweede kwartaal van 2026 daalden de uitgaven van Amerikaanse App Store-gebruikers met 6 procent op jaarbasis, terwijl Apple’s Amerikaanse commissie-inkomsten sinds januari naar schatting met 18 procent afnamen. Een deel van het verschil kan samenhangen met betalingen die buiten Apple’s betaalinfrastructuur plaatsvinden; hoeveel precies, is niet vastgesteld.
Drie cijfers, drie verschillende metingen
De belangrijkste valkuil is om de drie genoemde percentages als één omzetcijfer te lezen. Dat kan niet. Ze meten verschillende lagen van dezelfde app-economie:
| Maatstaf | Markt | Periode | Gerapporteerde verandering | Wat wordt gemeten |
| Uitgaven van consumenten | Verenigde Staten | Q2 2026 tegenover Q2 2025 | -6% op jaarbasis | Het bedrag dat gebruikers via de App Store uitgeven |
| Commissie-inkomsten van Apple | Verenigde Staten | Sinds januari 2026 | -18% | Het geschatte deel dat Apple als commissie ontvangt |
| Netto-inkomsten van de App Store | Wereldwijd | Begin tot midden augustus 2026 tegenover dezelfde periode een jaar eerder | -0,6% | Een wereldwijde schatting van de netto-inkomsten van de winkel |
De eerste maatstaf gaat dus over consumentengeld. De tweede gaat over Apple’s aandeel daarvan. De derde heeft een wereldwijde scope en gebruikt opnieuw een andere berekening. Een daling van 18 procent bij Apple betekent daarom niet dat consumenten 18 procent minder aan apps hebben uitgegeven.
Wanneer de betaling buiten de App Store plaatsvindt
Na de juridische strijd rond Epic Games mogen ontwikkelaars in de Verenigde Staten gebruikers onder de beschreven regels naar externe betaalmogelijkheden verwijzen. Wanneer een aankoop vervolgens buiten Apple’s systemen wordt afgehandeld, ontvangt Apple daar mogelijk geen commissie over. Apple vermeldt zelf dat externe transacties mogelijk niet voor een commissie in aanmerking komen.
Dat mechanisme helpt verklaren waarom Apple’s commissie-inkomsten sterker kunnen dalen dan de totale uitgaven van consumenten. Het is geen bewijs dat de volledige daling van 18 procent door externe betalingen is veroorzaakt. Zwakkere vraag, de samenstelling van appcategorieën, wisselkoersen en andere factoren kunnen eveneens meespelen.
De praktische les: consumentengeld en platforminkomsten zijn niet hetzelfde. Een ontwikkelaar kan nog steeds geld verdienen aan een aankoop, terwijl Apple over die specifieke transactie minder of niets ontvangt.
Ook de vraag binnen de winkel verandert
De betalingsroute is niet de enige factor. De aangeleverde marktanalyses wijzen ook op veranderende vraag tussen appcategorieën, met druk op mobiele games en groei in generatieve-AI-apps. Die categorie-indicaties zijn geen cijfers uit Apple’s eigen financiële staten en zeggen niet automatisch hoeveel de App Store als geheel verdient.
Voor Apple is vooral de combinatie lastig: minder uitgaven in een deel van de markt én meer transacties die buiten de traditionele commissieroute kunnen vallen. Het ene effect verlaagt de totale bestedingen; het andere kan vooral Apple’s aandeel in die bestedingen aantasten. Dat zijn economisch verschillende problemen, ook als ze in dezelfde grafiek naast elkaar belanden.
Apple Services groeit nog steeds
Nee, Apple’s volledige dienstentak krimpt niet. Apple rapporteerde 30,739 miljard dollar aan Services-omzet voor het kwartaal dat eindigde op 27 juni 2026. In het vergelijkbare kwartaal een jaar eerder was dat 27,423 miljard dollar.
De zwakte van de App Store is daarmee een probleem binnen een nog altijd groeiende Services-divisie. Dat maakt de ontwikkeling niet onbelangrijk: commissies uit digitale transacties zijn een bijzonder aantrekkelijk onderdeel van platforminkomsten. Maar er is wel een groot verschil tussen druk op één inkomstenkanaal en een terugval van de volledige dienstentak.
Verenigde Staten en Europese Unie volgen verschillende routes
Apple heeft voor de Europese Unie nieuwe voorwaarden aangekondigd die volgens de planning op 1 oktober 2026 ingaan. Ze zijn dus nog geen al ingevoerde tarieven. De aangekondigde percentages verschillen per betaal- of distributieroute:
| Route | Verenigde Staten | Europese Unie | Timing |
| Link vanuit een app naar betaling op het web | Over externe transacties ontvangt Apple onder de beschreven regels mogelijk geen commissie | 15%, of 10% voor bepaalde programma’s | EU-route gepland vanaf 1 oktober 2026 |
| Alternatieve betaling binnen een App Store-app | Geen vergelijkbaar algemeen tarief vastgesteld in de aangeleverde gegevens | 20%, of 10% voor bepaalde programma’s | EU-route gepland vanaf 1 oktober 2026 |
| Alternatieve distributie buiten de App Store | Geen vergelijkbaar tarief vastgesteld in de aangeleverde gegevens | 5% Core Technology Commission | EU-route gepland vanaf 1 oktober 2026 |
| Apple In-App Purchase | De traditionele commissie varieert afhankelijk van programma en transactie | 26%, of 15% voor de meeste ontwikkelaars die voor bepaalde programma’s in aanmerking komen | EU-route gepland vanaf 1 oktober 2026 |
De vergelijking laat vooral zien dat Apple’s verdienmodel per markt en betaalroute verschilt. Ze bewijst niet dat de Europese App Store-omzet zich tegengesteld aan die in de Verenigde Staten ontwikkelt; daarvoor zijn de beschikbare cijfers niet rechtstreeks vergelijkbaar.
Een monetisatieprobleem, geen verdwenen markt
Voor ontwikkelaars draait de discussie om de vraag waar een transactie wordt afgerekend en welk deel daarvan naar het platform gaat. Voor Apple draait ze om de mate waarin de App Store die transacties kan blijven monetiseren. Voor gebruikers verandert niet elke aankoop zichtbaar: een app kan nog steeds in de App Store staan, ook wanneer de betaling via een andere route loopt.
De huidige cijfers wijzen dus op een monetisatieprobleem, niet op het verdwijnen van de App Store. De Amerikaanse consumentenvraag daalde in Q2 2026 met 6 procent, Apple’s Amerikaanse commissie-inkomsten daalden volgens een schatting sinds januari met 18 procent, en de wereldwijde netto-inkomsten van de App Store stonden begin tot midden augustus op een geschatte daling van 0,6 procent op jaarbasis. Wie die drie getallen uit elkaar houdt, ziet het echte verhaal: minder vraag is één drukpunt, verlies van controle over de betaalroute een ander.