Anthropic meldde in een verslag dat het op 20 oktober 2026 publiceerde dat 17 van 211 ontwerpen aan zijn criteria voor binding aan schorpioentoxines voldeden. Dat is ongeveer 8,1% van de geteste ontwerpen. De tests toonden binding aan, geen neutralisatie van gif of werking als tegengif.

Van computerontwerp naar laboratoriumtest

Volgens Anthropic maakte een intern Claude-onderzoekmodel in 64 uur 318.484 ontwerpen voor kleine eiwitten, zogenoemde minibinders. Het gebruikte 12 ontwerptools en screende 553.052 combinaties van ontwerp en toxine, met ongeveer 10.000 GPU-uren aan rekenwerk. Claude selecteerde 180 ontwerpen; het team van Anthropic voegde er met hulp van Claude nog 31 aan toe. Adaptyv Bio en Twist Bioscience testten de 211 ontwerpen vervolgens in laboratoria op binding.

Hoeveel ontwerpen voldeden per toxine?

SchorpioenneurotoxineOntwerpen die aan de bindingscriteria voldeden
Cn27
Ts10
AaH I4
AaH II4
LqhIII2

Alle 17 ontwerpen voldeden aan de criteria voor één toxine; geen enkel ontwerp kwalificeerde voor meer dan één. Adaptyv Bio was het enige laboratorium dat LqhIII beoordeelde.

De 8,1% is berekend over alle 211 geteste ontwerpen. Anthropic rapporteerde daarnaast dat 11 van de 60 ontwerpen die op één toxine waren gericht aan de criteria voldeden, oftewel 18%. Dat percentage geldt voor die deelgroep, niet voor de volledige testreeks.

Wat telde als een binder?

Adaptyv Bio gebruikte celvrije eiwitproductie. Twist Bioscience produceerde de ontwerpen in zoogdiercellen als fusies met het Fc-deel van een antilichaam. Beide laboratoria maten de binding met oppervlakteplasmonresonantie (SPR), een methode om te meten hoe eiwitten aan elkaar hechten.

Anthropic rekende een ontwerp pas goed als in elke herhaling bij beide laboratoria binding werd gemeten, elke gemeten KD maximaal 1 micromolair was en er geen signaal was tegen het eiwit CLEC12A. KD is een maat voor de bindingssterkte: een lagere waarde betekent een sterkere binding.

Binding bewijst geen neutralisatie

Een Engelstalige animatie over Cn2, het natriumkanaal en de bindingsproeven met Cn2-B1

De ontwerpen waren gericht op de plek waarmee een schorpioentoxine aan een natriumkanaal bindt. Anthropic rapporteerde voor Cn2-B1 en Cn2-B2 bij beide laboratoria een bindingsaffiniteit in het lage enkelcijferige nanomolaire bereik. Competitieproeven suggereerden dat deze kandidaten op of dicht bij de bindingsplek van antilichaam LR zitten.

Anthropic zegt dat de kandidaten niet zijn getest op neutralisatie in cellen of werkzaamheid bij dieren en noemt het resultaat geen tegengif. Voor Cn2-B1 noemt het bedrijf als vervolgstappen tests met toxine dat uit gif is gezuiverd, patch-clampmetingen van de natriumkanaalactiviteit en muisstudies.