Geoffrey Hinton stelde voor om opzettelijk vervalste video’s uit te zenden en daarna duidelijk te onthullen dat ze nep waren en niet afkomstig waren van de campagne die ze leken te vertegenwoordigen. Hij ziet dat als een mogelijke manier om het publiek vooraf op misleiding voor te bereiden.
Newtral.es publiceerde het interview op 21 oktober 2026. Het gesprek vond plaats tijdens het Starmus-festival op Tenerife.
Vooraf waarschuwen is iets anders dan nepvideo’s uitzenden
Hinton’s voorstel sluit aan bij prebunking: mensen vooraf waarschuwen voor een manipulatietechniek, voordat ze een misleidende bewering tegenkomen. Newtral.es berichtte ook over een afzonderlijk veldexperiment op YouTube. Daarin zagen 5,4 miljoen gebruikers advertenties over manipulatietechnieken; volgens de publicatie nam hun herkenning daarvan met 5% toe. Dat experiment ging over advertenties, niet over Hinton’s voorstel om nepvideo’s uit te zenden.
Wat controles op video’s kunnen aantonen
Herkomstinformatie, labels, automatische detectie en menselijke beoordeling kunnen elkaar aanvullen. Het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology (NIST) concludeerde in een rapport uit november 2024 dat geen enkele techniek voor transparantie over synthetische inhoud op zichzelf allesomvattend is. De bruikbaarheid hangt ook af van de context en de uitvoering.
De Amerikaanse Government Accountability Office (GAO) beschreef in een beoordeling van 11 maart 2024 de beperkingen van deepfakedetectie in de praktijk. Zelfs als een video als nep wordt geïdentificeerd, kan misleidende informatie zich verder verspreiden. Een zichtbare afwijking of uitslag van een detector is dus op zichzelf geen sluitend bewijs van de herkomst van een video of van de waarheid van de beweringen erin.
Het leugenaarsdividend
Bewustzijn van deepfakes heeft ook een tegenrisico. Newtral.es wees op het leugenaarsdividend: mensen kunnen de bekendheid met gemanipuleerde beelden gebruiken om authentieke opnamen als nep af te doen.