Google beschrijft Agent Compute Engine (ACE) als infrastructuur waarin elke agentsessie in een eigen, persistente microVM draait. Een aparte harness stuurt het werk aan; de geïsoleerde sandbox voert code en opdrachten uit. Zo scheidt ACE de aansturing van de uitvoering, terwijl sessies hun status kunnen behouden wanneer een agent wacht.

De harness stuurt aan, de sandbox voert uit

De harness is de regiecomponent: die roept het AI-model aan, kiest de volgende actie en stuurt opdrachten naar de sandbox. De sandbox voert die opdrachten uit, bijvoorbeeld door code te draaien of browserhandelingen uit te voeren, en geeft de resultaten terug. Google zegt dat elke agentsessie daarvoor een eigen, single-tenant microVM krijgt: een lichte virtuele machine die hardwarematig van andere sessies is geïsoleerd.

Die scheiding maakt duidelijk welk onderdeel beslist en welk onderdeel handelingen uitvoert. Google ontwikkelde ACE voor uiteenlopende agenttaken, waaronder softwareontwikkeling waarbij een agent een eigen werkruimte nodig heeft. Het bedrijf zegt dat ACE intern wordt gebruikt voor Gemini, Antigravity en evaluatie- en reinforcement-learningwerkstromen.

Hoe identiteit en uitvoering van elkaar gescheiden blijven

Volgens Google bewaart de sandbox zelf geen blijvende gebruikersgegevens, API-sleutels, OAuth-vernieuwingssleutels of serviceaccountsleutels. In plaats daarvan krijgt het sandboxverkeer een kortlevende Agent Workload Identity, gebaseerd op SPIFFE. Een externe Agent Gateway controleert de identiteit van de gebruiker, de gedelegeerde agent en de node, en toetst het uitgaande verkeer aan beleid. Pas daarna bemiddelt de gateway een backend-inloggegeven voor de bestemming.

Google onderscheidt vier identiteiten: die van de gebruiker, de gedelegeerde agent die namens de gebruiker handelt, de Agent Workload Identity voor sandboxverkeer en de Agent Workforce Identity. De machtiging namens de gebruiker blijft volgens Google in een centrale autorisatiedienst. Verkeer loopt via bemiddelde verbindingen; de microVM heeft geen standaard virtuele netwerkinterface of rechtstreekse toegang tot een VPC.

Wat gebeurt er als een agent moet wachten?

Wanneer een agent klaar is met een toolopdracht en op een volgende stap wacht, zegt Google dat de runtime dit signaleert. De host maakt dan een checkpoint, een momentopname van de sessiestatus, en geeft actieve hostbronnen vrij. De sessie kan later met behoud van die status worden hervat. Google beschrijft dit als geen actieve hostbronnen gebruiken zolang de sessie wacht.

Google noemt daarnaast DAX en copy-on-write voor het delen van ongewijzigde geheugenpagina’s tussen microVM’s op dezelfde host. Copy-on-write betekent dat een gedeelde pagina pas een eigen kopie krijgt wanneer een sessie die wijzigt. Zo kunnen vooraf opgewarmde beelden, runtimes, bibliotheken en binaire bestanden pagina’s delen; gewijzigde geheugenpagina’s blijven privé.

ACE verdeelt gegevens in drie categorieën:

GegevenscategorieVoorbeelden en functieOpslagmodel
Tijdelijke scratchdataTijdelijke bestanden en gegevens voor een taakVluchtige opslaglaag
Gedeelde, alleen-lezengegevensSysteembeelden, toolchains en pakketcaches die sessies kunnen delenGedeelde opslag in alleen-lezenmodus
Blijvende gebruikerswerkruimteGegevens die bij een gebruikerswerkruimte moeten blijvenDuurzame opslag

Google zegt dat Hyperdisk voor deze categorieën wordt gebruikt, tenzij anders aangegeven, en dat de opslag tijdens transport en in rust wordt versleuteld.

Eén hardwarepool voor verschillende agenttaken

Google Agent Compute Engine: zo werkt de architectuur

Google beschrijft een gedeelde pool van hardware met een beleidsbewuste planner. Interactieve taken krijgen voorrang; tijdflexibele evaluatie-, onderzoeks- en andere batchtaken kunnen capaciteit benutten wanneer de vraag lager is en ruimte maken voor interactieve opdrachten.

Het bedrijf noemt vier soorten workloads: interactieve agents voor consumenten en bedrijven, blijvende werkruimten voor softwareontwikkeling, evaluatie en reinforcement learning, en sandboxbackends voor Google-diensten. Google noemt honderden miljoenen agents als schaalmotivatie voor ACE, niet als gemeten capaciteit van het platform.

ACE en Agent Substrate hebben een ander implementatiemodel

The New Stack beschrijft ACE als een beheerde dienst van Google Cloud, waarbij Google de onderliggende infrastructuur beheert. Agent Substrate is volgens die publicatie een open-source runtime voor GKE en Kubernetes, gebouwd op Agent Sandbox. Die runtime kan volgens The New Stack microVM- of gVisor-isolatie gebruiken.

Voor teams is het relevante verschil dus het beheermodel: ACE is Googles clouddienst; Agent Substrate is een runtime voor Kubernetes-omgevingen. De gerapporteerde prestatiecijfers voor Agent Substrate zeggen niets over de prestaties van ACE.

Googles genoemde previewtermijn

Google zei op 22 oktober 2026 dat het een preview van ACE in Google Cloud in de komende maanden beoogde. Dat was de door Google genoemde planning voor de preview.