Op 3 november 2026 meldde de University of Warwick dat LHCb aanwijzingen had gevonden voor het uitzonderlijk zeldzame verval van een B⁰ (Bd)-meson in twee muonen: B⁰→μ⁺μ⁻. De statistische significantie was 3,2 sigma, onder de vijf-sigma-conventie voor een ontdekking. Het resultaat komt overeen met het Standaardmodel; donkere materie is hiermee niet gedetecteerd.
Wat heeft LHCb gemeten?
LHCb onderzocht een verval waarbij een B⁰ (Bd)-meson twee muonen oplevert. Volgens de voorspelling gebeurt dat ongeveer één keer per tien miljard beautydeeltjes. Dat maakt het een uitzonderlijk zeldzaam verval om te onderzoeken.
Het zeptoverse verwijst naar een schaal van ongeveer een miljardste van een biljoenste meter, oftewel 10⁻²¹ meter. De vraag is of onbekende deeltjes of krachten op zulke korte afstanden invloed kunnen hebben op de manier waarop dit verval plaatsvindt.
Hoe sterk is 3,2 sigma?
De 3,2 sigma geeft de statistische sterkte van de aanwijzing aan. In de deeltjesfysica geldt vijf sigma als de conventionele drempel voor een ontdekking. LHCb’s resultaat zit daaronder: het is aanwijzing voor het verval, geen ontdekkingsclaim. De gemeten uitkomst komt bovendien overeen met het Standaardmodel.
Welke gegevens en methode zijn gebruikt?
De analyse combineerde LHCb-gegevens die tussen 2011 en 2018 waren verzameld met nieuwere gegevens uit 2024 en 2025. Warwick meldde dat het team machine learning gebruikte om de zoektocht naar het zwakke signaal tussen de achtergrondruis aan te scherpen.
Waarom komt donkere materie ter sprake?
Sommige theorieën stellen dat onbekende deeltjes of krachten op extreem kleine afstanden zeldzame vervallen kunnen beïnvloeden. Zulke vervallen kunnen daarom helpen zoeken naar natuurkunde buiten het Standaardmodel, waaronder mogelijke verbanden met donkere materie. LHCb heeft met dit resultaat geen donkere materie aangetoond.