MaleCNS v1.0 brengt volgens Google Research de hersenen en de ventrale zenuwstreng van een volwassen mannelijke fruitvlieg in kaart. De gerapporteerde kaart telt meer dan 166.000 gereconstrueerde neuronen en ongeveer 11.691 celtypen. Vervolgens werd het digitale zenuwmodel gekoppeld aan demonstraties met Doom en Super Mario 64. Belangrijk detail — en eentje dat in veel koppen verdwijnt: geen levende vlieg speelt deze games. Het gaat om gesimuleerde signalen in software.

MaleCNS-kaart van fruitvliegenbrein voedt digitale Doom- en Mario-demonstraties

Wat MaleCNS v1.0 in kaart brengt

Een roterende 3D-visualisatie van het mannelijke centrale zenuwstelsel van Drosophila , met ongeveer 11,7 duizend celtypen aangeduid.

Een connectoom is een reconstructie van neuronen en de synapsen die ze met elkaar verbinden. MaleCNS v1.0 richt zich op het centrale zenuwstelsel van een volwassen mannelijke Drosophila melanogaster: de hersenen bovenin én de ventrale zenuwstreng die naar beneden loopt. Dat tweede onderdeel maakt de kaart breder dan een hersenkaart alleen.

Google Research rapporteerde meer dan 166.000 neuronen en ongeveer 11.691 celtypen. De reconstructie ontstond door miljoenen tweedimensionale beelden samen te voegen tot driedimensionale zenuwstructuren. Computationele en AI-ondersteunde methoden hielpen bij die omzetting; menselijke analyse en classificatie maakten deel uit van het proces.

De kaart is dus geen live-opname van een brein dat op elk moment laat zien wat het doet. Ze beschrijft vooral de fysieke bedrading: welke neuronen met welke andere neuronen verbonden zijn. Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een gedachtenlezer, maar voor neurowetenschap is het precies de plattegrond die ontbrak.

Een connectoom is een bedradingskaart

Je kunt een connectoom vergelijken met een zeer gedetailleerde wegenkaart. Je ziet waar de verbindingen lopen en welke knooppunten elkaar kunnen bereiken. Je weet daarmee nog niet automatisch welke verkeersstromen op een bepaald moment actief zijn — laat staan waarom iemand precies die ene afslag neemt.

Bij een fruitvlieg maakt zo’n kaart het mogelijk om informatie door circuits te volgen: van zintuiglijke input naar hersengebieden en verder richting motorische signalen. Onderzoekers kunnen zo onder meer circuits voor zien, proeven en bewegen bestuderen. De suboesofageale zone, een gebied onder de hersenen, staat in verbinding met vrijwel alle hersengebieden en stuurt veel uitgaande signalen, waaronder bijna alle signalen naar motorneuronen.

Dat maakt MaleCNS bruikbaar als anatomisch raamwerk voor computermodellen. Maar de kaart is niet hetzelfde als een simulatie van alle dynamiek in een levend brein. Ze bewijst evenmin bewustzijn, sentientie of biologisch gedrag.

MaleCNS en FlyWire naast elkaar

De twee grote fruitvliegkaarten vullen elkaar aan, maar mogen niet op één hoop worden gegooid. FlyWire beschreef in 2024 een connectoom van het volwassen fruitvliegenbrein. MaleCNS v1.0 betreft een volwassen mannetje en omvat daarnaast de ventrale zenuwstreng. Het zijn verschillende projecten, met een verschillende biologische scope.

ProjectIn kaart gebrachtGerapporteerde schaalWetenschappelijke betekenis
FlyWireBrein van een volwassen fruitvliegBijna 140.000 neuronen, meer dan 50 miljoen synapsen en meer dan 8.400 celtypenMaakt hersenbrede bedrading en circuitanalyse mogelijk
MaleCNS v1.0Brein en ventrale zenuwstreng van een volwassen mannelijke fruitvliegMeer dan 166.000 neuronen en ongeveer 11.691 celtypenMaakt analyse van het mannelijke centrale zenuwstelsel en sekseafhankelijke bedrading mogelijk

Bij FlyWire werd bovendien ongeveer 149 meter aan gereconstrueerde bedrading beschreven in een brein dat ongeveer zo groot is als een zandkorrel. Zulke cijfers maken duidelijk waarom connectomics — het in kaart brengen van zenuwverbindingen — zoveel rekenwerk en beeldanalyse vraagt.

Van digitaal zenuwmodel naar Doom

Op 3 september 2026 rapporteerde Google Research over MaleCNS. Daarna volgden op 6 september een gerapporteerde Doom-demonstratie en op 7 september een gerapporteerde demonstratie met Super Mario 64.

De opzet is softwarematig. Beeldinformatie uit de game stimuleert gesimuleerde zintuiglijke neuronen. De activiteit van het digitale model wordt vervolgens vertaald naar besturingssignalen voor de game. In de Doom-demonstratie werd bovendien beschreven dat schade een signaal naar twee PPL101-dopaminecellen activeert als onderdeel van de gesimuleerde versterkingslus.

Dat betekent niet dat een fruitvlieg in een laboratorium Doom speelt. Er zijn geen biologische neuronen die fysiek aan een computer zijn gekoppeld en er is geen levende vlieg die Super Mario 64 bestuurt. De demonstraties laten zien hoe een digitale connectoomkaart aan een softwareomgeving kan worden gekoppeld. Meer niet — maar ook niet minder.

De games zijn daardoor vooral een opvallende stresstest voor de vraag wat je met een structurele zenuwkaart kunt doen. Ze maken een abstract idee zichtbaar: een netwerk dat normaal alleen als driedimensionale reconstructie bestaat, kan in software signalen ontvangen en outputs produceren.

Waarom de kaart wetenschappelijk telt

De grootste waarde van MaleCNS zit niet in de nerdy bonusronde met Doom, maar in de schaal en de vergelijkbaarheid van de kaart. Onderzoekers kunnen circuits koppelen aan zintuiglijke informatie en beweging, en ze kunnen mannelijke en vrouwelijke bedrading naast elkaar leggen.

Sommige neuronen komen bij beide geslachten voor, maar maken verbinding met verschillende naburige neuronen. Daardoor kan een connectoom sekseafhankelijke bedrading zichtbaar maken die je niet ontdekt door alleen neuronen te tellen. De kaart levert geen kant-en-klare verklaring voor gedrag, maar wel een veel strakker kader om zulke verklaringen te testen.

Voor wie zelf wil rondkijken, biedt Virtual Fly Brain doorzoekbare informatie over Drosophila-anatomie, beelddata, connectiviteit en driedimensionale weergaven. Dat is de praktische kant van een connectoom: niet alleen een indrukwekkende visualisatie, maar ook een atlas waarin onderzoekers specifieke structuren kunnen opzoeken.

Wat de demonstraties niet bewijzen

Een digitale fruitvlieg die via een connectoommodel op een game reageert, is geen bewijs dat het model bewust is. Het bewijst ook niet dat het model succesvol heeft geleerd te overleven, biologisch gelijkwaardig is aan een echte vlieg of de volledige werking van een brein nabootst.

De nuchtere conclusie is interessanter dan de hype: MaleCNS en FlyWire maken de bedrading van een klein zenuwstelsel zichtbaar en analyseerbaar. Daardoor kunnen onderzoekers anatomie, circuitfunctie en computermodellen veel dichter bij elkaar brengen. De stap van een kaart naar begrip is nog werk — maar eindelijk ligt de kaart op tafel.