OpenAI ontkent dat Apple heeft aangetoond dat het bedrijfsgeheimen heeft gestolen of gebruikt. In een reactie die op 1 september 2026 werd gemeld, zegt OpenAI bovendien dat voormalige werknemers mogelijk toegang hielden tot Apple-bestanden door een fout in Apples toegangs- en vertrekbeheer. Apple diende de federale rechtszaak al op 10 juli 2026 in. De beschuldigingen zijn niet door een rechter vastgesteld.
OpenAI ontkent de beschuldigingen van Apple
Apple klaagt OpenAI, hardwaredochter io Products en de voormalige Apple-medewerkers Tang Yew Tan en Chang Liu aan bij de U.S. District Court for the Northern District of California. Apple stelt dat vertrouwelijke informatie over hardwareontwerpen, productieprocessen, componenttechnologie, testmethoden en leveranciers in verband stond met OpenAI’s hardwareambities.
OpenAI betwist die lezing. Het bedrijf zegt dat Apple niet heeft aangetoond dat er bedrijfsgeheimen zijn gestolen en presenteert de kwestie als een conflict over zowel gegevensbeveiliging als concurrentie om technisch talent. Volgens OpenAI kon toegang tot Apple-bestanden na het vertrek van werknemers blijven bestaan doordat Apple die toegang niet goed had ingetrokken.
Dat zijn twee rechtstreeks tegenover elkaar staande procesposities. Ze beantwoorden nog niet de juridische hoofdvraag: of beschermde informatie is verkregen, of die informatie daadwerkelijk is gebruikt en of aan de voorwaarden van de Amerikaanse wet is voldaan.
Wat Apple in de zaak aanvoert
Apple zegt dat voormalige werknemers en mensen bij OpenAI betrokken waren bij een gecoördineerde poging om vertrouwelijke informatie voor OpenAI’s hardwareactiviteiten te verkrijgen of te benutten. De zaak gaat volgens Apple dus niet alleen over algemene ideeën, maar over concrete informatie rond ontwerp, productie en de toeleveringsketen.
Een van de aangevoerde voorbeelden betreft Chang Liu. Apple stelt dat Liu na zijn vertrek een Apple-laptop behield en toegang had tot Apple-systemen. OpenAI betwist de betekenis daarvan en zegt dat eventuele toegang het gevolg was van Apples eigen beveiligings- en offboardingproblemen. De aangeleverde informatie bevat geen rechterlijk oordeel over welke lezing klopt.
Apple koppelt de zaak ook aan de werving van personeel. Het bedrijf stelt dat kandidaten met een Apple-achtergrond tijdens sollicitaties zouden zijn aangemoedigd om vertrouwelijk materiaal mee te brengen. Ook wordt in de berichtgeving gesproken over een verzameling van meer dan 1.000 pagina’s. Die details maken deel uit van Apples beschuldigingen, niet van vastgestelde feiten.
Tang Yew Tan en Chang Liu spelen daarbij verschillende rollen. Tang Yew Tan werd bij OpenAI chief hardware officer en werkte volgens de berichtgeving 24 jaar bij Apple. Chang Liu werkte volgens dezelfde berichtgeving acht jaar bij Apple voordat hij naar OpenAI ging. Hun eerdere functies verklaren waarom hun toegang en overstap in de zaak centraal staan, maar bewijzen op zichzelf geen misbruik van informatie.
Het verweer van OpenAI
OpenAI zegt dat het geen belangstelling heeft voor bedrijfsgeheimen van andere ondernemingen en zijn eigen technologie wil bouwen. Het bedrijf stelt daarnaast dat Apple de rechtszaak gebruikt om een potentiële hardwareconcurrent af te remmen en het vertrek van werknemers te ontmoedigen.
De discussie over toegang is daarbij cruciaal. Apple beschrijft toegang tot bestanden en systemen als onderdeel van vermeend ongeoorloofd handelen. OpenAI zegt dat Apple zelf had moeten voorkomen dat voormalige werknemers na hun vertrek toegang hielden. Zolang een rechter de feiten niet heeft beoordeeld, is geen van beide verklaringen een vaststaand oordeel over wat er precies is gebeurd.
| Punt | Standpunt van Apple | Standpunt van OpenAI |
| Waar de zaak over gaat | Voormalige werknemers zouden vertrouwelijke hardware-, productie- en leveranciersinformatie voor OpenAI hebben meegenomen of blootgesteld. | Apple heeft niet aangetoond dat OpenAI bedrijfsgeheimen heeft gestolen of gebruikt. |
| Toegang na vertrek | Apple stelt dat Chang Liu na zijn vertrek toegang hield tot Apple-apparatuur en -systemen. | OpenAI zegt dat eventuele toegang voortkwam uit een fout van Apple bij toegangsbeheer en het afsluiten van accounts. |
| Werving van personeel | Apple stelt dat kandidaten vertrouwelijk materiaal naar sollicitatiegesprekken zouden zijn gevraagd mee te nemen. | OpenAI beschrijft de kwestie als onderdeel van legitieme concurrentie om werknemers en hardwaretalent. |
| Zakelijk belang | Apple wil vermeend misbruik stoppen en zijn technologie beschermen. | OpenAI zegt dat Apple een potentiële concurrent en de mobiliteit van werknemers probeert af te remmen. |
De tijdlijn van het conflict
De zaak ontstond tegen de achtergrond van een eerdere samenwerking. In juni 2024 kondigden Apple en OpenAI een integratie van ChatGPT met Apple Intelligence aan. Die aankondiging zegt niets over de huidige status van die samenwerking en bewijst evenmin dat de rechtszaak is opgelost of uitgebreid.
| Datum | Gebeurtenis |
| Juni 2024 | Apple en OpenAI kondigden de integratie van ChatGPT met Apple Intelligence aan. |
| 10 juli 2026 | Apple diende de federale rechtszaak in tegen OpenAI, io Products, Tang Yew Tan en Chang Liu. |
| 4 augustus 2026 | Apple vroeg om versnelde bewijsverzameling, oftewel discovery. De uitkomst van dat verzoek staat niet vast. |
| 1 september 2026 | OpenAI’s ontkenning en het argument over Apples toegangsbeheer werden in verband met de rechtszaak gemeld. |
Bij discovery verzamelen partijen documenten, verklaringen en ander bewijsmateriaal voor de procedure. Een verzoek om dat proces te versnellen is geen uitspraak over de inhoud van de zaak. Evenmin blijkt uit de aangeleverde informatie dat een rechter OpenAI aansprakelijk heeft gesteld of heeft vastgesteld dat Apple’s bedrijfsgeheimen zijn gebruikt.
Waarom de zaak ook over hardwaretalent gaat
OpenAI heeft in de aangeleverde informatie geen definitief apparaat genoemd. Er is dus geen bevestigde telefoon, computer of ander consumentenproduct waarover deze zaak zou gaan. De hardware-inspanning wordt alleen in brede zin beschreven.
Dat maakt de personele kant van het conflict wel belangrijk. Tang Yew Tan en Chang Liu brachten verschillende ervaringen uit Apple mee naar OpenAI, terwijl Apple stelt dat juist toegang tot specifieke interne informatie problematisch was. OpenAI ziet dezelfde overstappen als onderdeel van concurrentie op de arbeidsmarkt. De juridische grens ligt niet bij het enkele feit dat werknemers van werkgever veranderen, maar bij de vraag of beschermde informatie ongeoorloofd is verkregen of gebruikt. In deze zaak is die vraag nog niet definitief beantwoord.
Voor lezers die naar een concreet OpenAI-product zoeken, is de praktische conclusie simpel: de rechtszaak bevestigt geen specifiek apparaat, ontwerp of lanceringsdatum. Geruchten over een telefoon of ander product zijn geen vastgestelde productinformatie.
Wat nog niet is vastgesteld
De aangeleverde informatie bevat geen rechterlijke vaststelling dat OpenAI Apple’s bedrijfsgeheimen heeft gestolen, gebruikt of daarvan heeft geprofiteerd. Apple’s klacht beschrijft beschuldigingen; OpenAI’s reactie beschrijft een betwisting en een eigen verklaring voor de toegang tot bestanden. Dat verschil is hier geen voetnoot maar de kern van het nieuws.
Ook de uitkomst van Apples verzoek om versnelde discovery staat niet vast. De procedure kan daardoor nog nieuwe documenten en verklaringen opleveren, maar die mogelijke ontwikkeling is geen bewijs van aansprakelijkheid.
Kort gezegd: Apple zegt dat vertrouwelijke hardware-informatie via voormalige werknemers bij OpenAI terechtkwam. OpenAI ontkent dat en wijst naar Apples toegangsbeheer en de concurrentiestrijd om hardwaretalent. Tot er een rechterlijk oordeel ligt, blijft het een onbesliste zaak over beschuldigingen, toegang en de vraag waar legitieme werknemersmobiliteit ophoudt en misbruik van bedrijfsgeheimen begint.