De studie naar Marsmeteoriet Teghaza 001 beschrijft aanwijzingen voor water-gesteente-interactie in de oude Marskorst. Het onderzoek verscheen op 29 oktober 2026 online in Science. De auteurs interpreteren een zirkondatering van ongeveer 4,1 miljard jaar als het moment van hydrothermale verandering, kort na de eerdere kristallisatie van het gesteente. Die datering geeft dus niet de precieze ouderdom van de oorspronkelijke stolling aan.
De meteoriet werd in 2022 in Mali gevonden. De officiële catalogus registreert acht stenen met een gezamenlijke massa van 798,5 gram en classificeert Teghaza 001 als een Marsmeteoriet van het type shergottiet. De studie beschrijft het gesteente daarnaast als een leucogabbro, een stollingsgesteente waarin plagioklaas overheerst. Dat is een beschrijving van het gesteentetype, geen andere meteorietclassificatie. (Meteoritical Bulletin; de studie in Science)
Wat de ouderdomsmetingen precies dateren
De studie rapporteert meerdere dateringen rond 4,1 miljard jaar. De belangrijkste zirkon-U-Pb-meting is een gewogen gemiddelde van zes concordante metingen. Concordant betekent dat de resultaten onderling overeenstemmen. Vier andere U-Pb-metingen waren discordant en zijn niet in dat gemiddelde opgenomen. De onzekerheid bij het gemiddelde is uitgedrukt in twee standaardfouten.
| Dateringsmethode | Geanalyseerd materiaal | Resultaat | Plaats in de studie |
| U-Pb | Zirkon | 4.114 ± 17 Ma | De auteurs interpreteren circa 4,1 miljard jaar als hydrothermale verandering |
| Pb-Pb | Zirkon | 4.113 ± 14 Ma | Aanvullende datering in de ouderdomsreeks |
| Pb-Pb | Fosfaat | 4.124 ± 28 Ma | Aanvullende datering in de ouderdomsreeks |
| Rb-Sr | Kleine in-situmeting | 4.238 ± 208 Ma | Aanvullende datering met een brede onzekerheidsmarge |
Ma staat voor miljoen jaar. De ouderdom rond 4,1 miljard jaar past volgens de auteurs bij waterige verandering kort na de eerste kristallisatie. De oorspronkelijke kristallisatie vond dus eerder plaats; de studie geeft daarvoor geen precieze datum. (De studie in Science)
Mineralen geven aanwijzingen voor water op Mars
In een gepolijste doorsnede bestond 68% van het gemeten oppervlak uit plagioklaas en 25,5% uit clinopyroxeen. Dit zijn oppervlakteschattingen van de doorsnede, geen massapercentages van de hele meteoriet. Natriumrijke veranderingskenmerken en de zuurstofisotopen ondersteunen de interpretatie dat het gesteente op Mars reageerde met vloeistoffen die relatief rijk waren aan zuurstof-18. De onderzoekers noemen zowel een directe reactie met zulke vloeistoffen als opname van eerder veranderd gesteente als mogelijke verklaringen.
De gemeten waarde voor de zuurstofisotoop δ¹⁸O is 6,35 ± 0,15‰. Dat is ongeveer 2‰ hoger dan het gemiddelde dat de studie noemt voor SNC-meteorieten en Allan Hills 84001. Samen met de mineralogische kenmerken vormt dit de basis voor de interpretatie van water-gesteente-interactie.
Een model wijst op een diepe mantelbron
Een model voor gedeeltelijk smelten past het best bij een mantelbron die granaat bevatte. Omdat granaat volgens de gebruikte modellen op grotere diepte stabiel is, leiden de onderzoekers daaruit een diepte van ongeveer 160 kilometer of meer af. Dat is een modelmatige schatting van de bron van het magma, geen directe meting aan de meteoriet. (De studie in Science)
De mogelijke herkomst ligt in een brede regio
Vergelijkingen met metingen van Mars vanuit een baan om de planeet leverden dertien eerste kandidaatlocaties op. Na verdere selectie voldeden zes locaties aan het gebruikte kaliumbereik en vier aan het thoriumbereik. De auteurs geven de voorkeur aan een gebied in de zuidelijke hooglanden, ten noordwesten van de inslagkrater Hellas. Die geografische aanwijzing komt uit de vergelijking van modellen en teledetectiegegevens. (De studie in Science)
Hoe een Marsmeteoriet wordt herkend en de aarde bereikt
Voor Teghaza 001 gebruikten de onderzoekers zuurstofisotopen om de Martiaanse oorsprong vast te stellen. De officiële catalogus vermeldt de meteoriet als Martiaans. Bij de identificatie van Marsmeteorieten spelen isotopenverhoudingen een rol; bij sommige meteorieten zijn ook gassen onderzocht die overeenkomen met metingen van de atmosfeer van Mars. (De studie in Science; overzicht van onderzoek naar Marsmeteorieten)
In het algemeen kan een krachtige inslag gesteente van Mars de ruimte in slingeren. Een fragment moet daarbij aan de ontsnappingssnelheid van Mars ontsnappen; daarna kan het om de zon draaien voordat zijn baan de aarde kruist. Dat is het algemene transportmechanisme voor Marsmeteorieten. (PNAS; Lunar and Planetary Institute)
Waar de stenen worden bewaard
Het Institute of Meteoritics van de University of New Mexico bewaart een classificatiemonster van 22 gram. Het Maine Mineral & Gem Museum bewaart de hoofdsteen van 442 gram en aanvullende stenen. Beide instellingen beoordelen aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek per geval. (De studie in Science)