Op 2 oktober 2026 stapten de voormalige Groq-ingenieurs en aandeelhouders Joshua Rubin en Benjamin Serebrin naar de Court of Chancery van Delaware. Zij stellen dat het bestuur van Groq bij de deal met Nvidia aandeelhouders benadeelde en de procedure niet goed afhandelde. Groq noemt de rechtszaak ongegrond en zegt zich te verdedigen.

De rechtszaak over de deal tussen Groq en Nvidia

Rubin en Serebrin stellen dat het bestuur van Groq de kernactiva van het bedrijf verkocht zonder de aandeelhoudersstemming die volgens hen naar het recht van Delaware vereist was. Ook verwijten zij het bestuur dat het geen proces volgde dat erop gericht was de waarde voor aandeelhouders te maximaliseren.

De eisers betwisten daarnaast de uitbetaling aan aandeelhouders die buiten de regeling vielen en de fiscale behandeling van de licentievergoeding. Ook stellen zij dat fondsen met banden met bestuursleden voordeel kregen. Het zijn beschuldigingen van Rubin en Serebrin.

De gerapporteerde opbouw van de deal

Groq en Nvidia maakten de regeling op 24 december 2025 bekend. De gerapporteerde totale waarde bedroeg circa 20 miljard dollar: 17 miljard dollar voor een licentie op Groq-technologie en daarnaast een Nvidia-aandelenpakket ter waarde van 3 miljard dollar voor bepaalde werknemers die naar Nvidia overstapten.

De bedragen slaan op verschillende onderdelen van de regeling. Nvidia licentieerde Groq-technologie en nam leiders en ingenieurs van Groq in dienst; Groq bleef als zelfstandig bedrijf bestaan.

De reactie van Groq

Groq zegt dat de licentieovereenkomst uitzonderlijke waarde opleverde voor het bedrijf, zijn investeerders en werknemers. Het bedrijf noemt de rechtszaak ongegrond en zegt zich krachtig te verdedigen.