Elke keer dat een nieuwe high-end videokaart door de fabrikant wordt aangekondigd of direct op de markt komt, aarzelt de gespecialiseerde pers niet om elke vierkante millimeter ervan te onderzoeken, maar de voordelen van nieuwe generaties in architecturen en instructies komen vroeg of laat terecht bij kaarten die we als een 'middenklasse' of 'laag' zouden kunnen beschouwen, hoewel die labels hen geen recht doen. Twee goede voorbeelden hiervan zijn de videokaarten AMD Radeon RX 470 en RX 460, gebaseerd op de Polaris GPU, die op zijn beurt de vierde versie van de Graphics Core Next-architectuur vertegenwoordigt.
Met de lancering van de Oculus Rift en de HTC Vive is de behoefte om onze hardware te upgraden wat opgelaaid. Als we naar de minimale vereisten van beide headsets kijken, is het duidelijk dat veel gebruikers vastzitten in een soort generatiekloof, waarin de hardware 'voldoende' is om de nieuwste games te spelen, maar tekortschiet bij het zoeken naar een hoogwaardige virtuele ervaring. Het spreekt voor zich dat een belangrijk onderdeel van virtual reality de videokaart is, en recent hebben we gezien wat de zogenaamde 'high-end' te bieden heeft. Nu, wat gebeurt er met de rest? Wat gebeurt er met al die gebruikers die alleen maar meer grafische kracht willen zonder de portemonnee te moeten leegtrekken of toe te geven aan de grillen van virtual reality? Met de 1080p-resolutie die een soort 'standaard' is geworden, kan elke computer die een paar jaar oud is enorm profiteren van een simpele SSD en de juiste videokaart. Zo komen we bij AMD, dat twee nieuwe zusjes in de RX-familie presenteerde: de Radeon RX 470, en de Radeon RX 460.
De Radeon RX 470
Op het eerste gezicht is de Radeon RX 470 een duidelijk voorbeeld van 'hergebruik' van de Polaris 10 GPU die we in de RX 480 zagen (al beschikbaar op de markt). Zowel de 256-bits bus als het minimumgeheugen van 4 GB GDDR5 (de RX 480 heeft een variant met 8 GB) en het aantal ROP's (32) blijven hetzelfde, maar bij de Radeon RX 470 zien we een vermindering van de streamprocessors, texture-eenheden en frequenties in het algemeen (926 MHz, met een Boost van 1.206 MHz). Uiteraard zorgen deze details voor een lager energieverbruik, en het officiële TDP is 120 watt. Ondanks de 'bezuinigingen' wordt geschat dat de uiteindelijke prestaties van de RX 470 tussen 80 en 85 procent van de RX 480 zullen liggen, wat helemaal niet slecht klinkt.
De Radeon RX 460
Persoonlijk vind ik de Radeon RX 460 nog interessanter, het 'kleinste' lid van de Polaris-familie. Hoewel de bus wordt teruggebracht tot 128 bits en OEM's edities van 2 en 4 GB zullen verkopen, probeert AMD dit te compenseren met een hogere GPU-frequentie (1.090 MHz) en een Boost die bijna identiek is aan die van de RX 470 (1.200 MHz). AMD wil die groep gebruikers verleiden die zich richt op e-sports, dat wil zeggen omgevingen die geen 4K-video en visueel veeleisende games nodig hebben, maar die snelheid en goede respons vereisen. Een ander zeer positief aspect van de RX 460 is het TDP: AMD heeft gezegd dat het niet boven de 75 watt zal uitkomen, waardoor een extra stroomconnector niet nodig is. Het compacte formaat en alle nieuwe voordelen van de nieuwe architectuur maken het een sterke kandidaat voor HTPC's en voor gebruikers die de levensduur van hun low-end kaarten iets langer hebben opgerekt dan normaal. Kortom, de Radeon RX 470 (4 augustus) wordt gepositioneerd als directe vervanger van de R7 370 en R9 270X, terwijl de Radeon RX 460 (8 augustus) hetzelfde van plan is met de R7 360 en R7 260X. De prijzen? Officieel zijn ze niet bevestigd, maar er wordt gesproken over 149 dollar voor de RX 470 en slechts 99 dollar voor de RX 460.