Anthropic beschreef op 10 september 2026 een waarschijnlijk in Rusland gevestigd freelance team dat Claude Code gebruikte om software voor een autonome FPV-kamikazedronezwerm te ontwikkelen. Het project, aangeduid als GTG-27005 en bekend onder de namen DronDoc en Serafim, omvatte volgens Anthropic zwermcoördinatie, computervisie, terminale geleiding, doelkeuze en detonatielogica zonder menselijke tussenkomst.
De ontwikkeling omvatte simulaties en tests met ontwikkelborden. Anthropic meldde dat de activiteit was verstoord; volgens de berichtgeving werden negen accounts die met het team in verband stonden geblokkeerd.
Wat Anthropic over DronDoc en Serafim meldt
Anthropic publiceerde het dossier op 10 september 2026 als onderdeel van een dreigingsrapport over misbruik van zijn modellen. De beschreven activiteit vond plaats binnen de onderzoeksperiode van december 2025 tot en met augustus 2026.
Het team gebruikte Claude Code, de programmeertool van Anthropic, om onderdelen van een softwarestack voor een autonome FPV-dronezwerm te schrijven en te testen. Het ging dus om hulp bij softwareontwikkeling — niet om Claude als vliegsysteem dat rechtstreeks een drone bestuurde.
De genoemde projectnamen zijn DronDoc en Serafim. De ontwikkelaars zouden commerciële VPN- of virtuele privésysteemroutes hebben gebruikt om de geografische toegangsbeperkingen van Anthropic in Rusland te omzeilen.
Welke functies kreeg de software?
De software was ontworpen als een volledige besturingslaag voor meerdere drones. Volgens Anthropic-gerelateerde beschrijvingen omvatte die onder meer:
- gedeeld geheugen voor de zwerm;
- fouttolerante coördinatie tussen drones;
- computervisie voor herkenning en classificatie;
- terminale geleiding, de laatste fase van een vlucht richting het doel;
- een model aan boord dat kon kiezen tussen aanvallen, observeren en terugkeren naar de basis;
- doelkeuze en een detonatiecommando zonder menselijke tussenkomst.
Onder de genoemde doelklassen viel ook persoon. De computervisie zou zijn getraind met van internet verzamelde Oekraïense gevechtsbeelden. Oekraïense locaties werden gebruikt in gesimuleerde missies.
Dat maakt de software militair relevant, maar de toepassing bleef verbonden aan de ontwikkelfase. Er zijn geen operationele prestaties, bereikcijfers, payloadgegevens of specifieke droneframes aan het project gekoppeld.
Van simulatie naar ontwikkelhardware
De werkzaamheden omvatten software-in-the-loop-simulaties, gehuurde GPU-rekenkracht en tests met ontwikkelborden. Bij hardware-in-the-loop wordt echte besturingshardware gekoppeld aan een gesimuleerde omgeving. Zo kunnen onderdelen van een systeem worden getest zonder een volledige missie uit te voeren.
De beschreven testfase bereikte daarmee meer dan alleen code op een scherm: software werd op ontwikkelhardware geladen en in een technische testomgeving gebruikt. Een live gevechtsmissie maakt geen deel uit van de beschreven activiteiten.
De grens is belangrijk. Een systeem dat in een simulatie een doel classificeert of in een testomgeving een detonatiecommando kan genereren, heeft daarmee nog geen aangetoonde operationele inzet in het veld.
Geen bevestigd Russisch staatsprogramma
Anthropic beoordeelde de ontwikkelaars als een waarschijnlijk freelance team. Daarmee is de groep niet als Russisch staatsprogramma geïdentificeerd.
Het team noemde naar verluidt verschillende Russische organisaties als mogelijke financiers, waaronder de Advanced Research Foundation, de National Technology Initiative en het Russische ministerie van Defensie. Anthropic kon die financieringsclaims niet verifiëren. De betrokkenheid van een specifieke Russische overheidsorganisatie staat daarmee niet vast.
Wat Anthropic na de ontdekking deed
Anthropic zegt de activiteit te hebben verstoord, de bijbehorende accounts te hebben geblokkeerd en zijn veiligheidsmaatregelen te hebben aangescherpt. Het bedrijf zegt daarnaast dreigingsinformatie te hebben gedeeld met autoriteiten en branchepartners waar dat passend was.
Volgens de berichtgeving waren negen accounts met het team verbonden. De accountmaatregel trof dus de toegang tot Anthropic-diensten; zij zegt niets over de fysieke staat van de drones of de verdere ontwikkeling van het project.
De casus laat vooral zien hoe een relatief klein team gespecialiseerde softwareonderdelen voor autonome wapensystemen kan samenstellen met hulp van een algemene programmeertool. De stap van softwareontwikkeling naar inzet op het slagveld blijft een afzonderlijke stap.