Een studie die op 23 september 2026 verscheen, vond dat ijzer- en titaniumisotopen uit Bennu binnen de meetonzekerheid overlappen met die van Ryugu en CI-chondrieten. Op basis van die resultaten en ander geologisch en chemisch bewijs stellen de onderzoekers voor dat Bennu’s moederlichaam net buiten de water-ijslijn ontstond, binnen de baan van Jupiter.

Wat de Bennu-isotopenstudie onderzocht

De studie rapporteerde metingen van nucleosynthetische isotopen van ijzer (Fe), titanium (Ti) en chroom (Cr) in vijf deelmonsters van Bennu. Isotopen zijn varianten van hetzelfde element met een verschillend aantal neutronen. Hun verhoudingen kunnen aanwijzingen geven over het materiaal waaruit een hemellichaam is opgebouwd.

De Fe- en Ti-isotopen waren binnen de meetonzekerheid gelijk in de vijf onderzochte deelmonsters, op een monsterschaal van ongeveer 20 tot 1.300 milligram. NASA’s missie OSIRIS-REx bracht het Bennu-materiaal op 24 september 2023 naar de aarde.

De relatie tussen Bennu, Ryugu en CI-chondrieten

De Fe- en Ti-isotoopmetingen van Bennu overlappen binnen de meetonzekerheid met die van de asteroïde Ryugu en CI-chondrieten, een type koolstofrijke meteoriet. De onderzoekers zien die overeenkomst als aanwijzing voor een gedeeld stofreservoir met kenmerken van materiaal uit zowel het binnenste als het buitenste zonnestelsel.

De chroommetingen laten een ander patroon zien: daarin zijn kleine, meetbare verschillen tussen Bennu-deelmonsters. De onderzoekers brengen die variatie in verband met waterige verandering in het moederlichaam, waarbij water gesteente heeft beïnvloed.

De voorgestelde omgeving bij de water-ijslijn

Bennu-isotopen wijzen op verwantschap met Ryugu

De water-ijslijn is de grens in de jonge schijf rond de zon waar het koud genoeg wordt voor waterdamp om als ijs neer te slaan. De onderzoekers leiden uit de isotopen, de petrographische kenmerken en de chemische samenstelling af dat het moederlichaam van Bennu net buiten die grens en binnen de baan van Jupiter aangroeide. Volgens hun model kan de groei van Jupiter grover materiaal hebben tegengehouden, terwijl fijn stof tussen gebieden van de schijf kon mengen en naar binnen kon bewegen.

De voorgestelde omgeving ligt ongeveer twee miljoen jaar na de vorming van calcium-aluminiumrijke insluitsels (CAI’s), de vroegste vaste bestanddelen van het zonnestelsel.