Het Center for Strategic and International Studies (CSIS) rapporteerde op 8 oktober 2026 dat Chinese onderzoeksschepen in de onderzochte AIS-gegevens relatief meer tijd nabij onderzeese infrastructuur op volle zee doorbrachten dan schepen uit de meeste andere nationale vloten. De studie meet de geschatte tijd bij kabels en gaspijpleidingen; de auteurs zeggen dat hun analyse de bedoeling van afzonderlijke missies niet zelfstandig vaststelt. CSIS beschreef de methode en resultaten in zijn rapport.
Wat het CSIS-onderzoek mat
CSIS analyseerde gegevens van het Automatic Identification System (AIS), een systeem dat de posities van schepen uitzendt. De dataset omvatte 223 onderzoeksschepen en vergeleek schepen onder Chinese vlag met vloten uit 47 andere landen. De waarnemingsperiode liep van 1 januari 2020 tot en met 9 december 2025.
De onderzoekers berekenden per jaar welk geschat aandeel van de waargenomen tijd een schip op volle zee doorbracht in de buurt van onderzeese infrastructuur, waaronder glasvezelkabels en gaspijpleidingen. Om onnauwkeurigheden in de kaartlocaties op te vangen, kregen de kabel- en pijpleidingkaarten een buffer van 1 kilometer. De uitkomst gaat dus over de geschatte nabijheid van die infrastructuur, niet over geregistreerde kabelschade of onderschepte internetgegevens.
Hoe de vloten zich verhielden
CSIS rapporteerde dat Chinese schepen in vier van de vijf jaarlijkse vergelijkingen boven het 80e percentiel uitkwamen. Dat is een relatieve positie binnen de onderzochte schepen, geen maat voor het aantal kabelincidenten.
| Vloot | Jaarlijkse vergelijkingen boven het 80e percentiel |
| China (PRC) | 4 van 5 |
| Verenigde Staten | 5 van 5 |
| Rusland | 2 van 5 |
In 2024 stonden zeven Chinese onderzoeksschepen boven het 80e percentiel. In het basismodel rapporteerde CSIS voor de Chinese vlag een positieve, statistisch significante samenhang: de coëfficiënt was 0,0315, met p < 0,001. De Amerikaanse samenhang was positief maar zwakker en in het basismodel slechts marginaal significant. De Russische samenhang was negatief, maar niet statistisch significant; het rapport geeft daar geen oorzaak voor.
Twee schepen in de casestudies
CSIS beschreef de routes van de Xiang Yang Hong 06 en de Ke Xue aan de hand van AIS-gegevens en kaartlagen. De genoemde nabijheid van kabelroutes is de interpretatie van de onderzoekers.
De Xiang Yang Hong 06 maakte volgens de analyse van februari tot en met mei 2024 drie tochten op volle zee bij Guam, nabij de kabelsystemen Apricot en Asia-America Gateway (AAG). In juli 2024 liepen beschreven routes nabij ACC-1, AAG en SEA-US. Van 14 augustus tot en met 27 oktober 2024 volgde een uitgebreider patroon.
De Ke Xue voer van maart tot en met juni 2024 in de buurt van TGN-IA, Apricot en JUPITER. Tijdens een noordelijke missie van 15 juli tot en met 28 augustus beschreef CSIS routes nabij meerdere kabelsystemen. De analyse vermeldt ook een onderbreking in de AIS-uitzending nabij Shemya Island: het schip verscheen ongeveer drie uur later weer in de gegevens.
Wat de statistiek wel en niet zegt
CSIS-auteurs interpreteren de surveyachtige routes als mogelijke gegevensverzameling over de zeebodem en de oceaan. Zulke bathymetrische en oceanografische informatie kan volgens hen relevant zijn voor onderzeebootoperaties of toekomstige sabotage van infrastructuur. Dat is hun strategische duiding van de patronen; de studie stelt de bedoeling van afzonderlijke missies niet zelfstandig vast.
Ook de verklarende kracht van het model is beperkt. CSIS noemt voor een modelvariant een aangepaste R² van ongeveer 1,3%. Dat cijfer geeft aan welk deel van de variatie in de gemeten uitkomst het model verklaart. De auteurs melden dat het verband voor Chinese schepen in verschillende robuustheidscontroles positief bleef, al nam de statistische zekerheid onder sommige rekenmethoden af.