Als er iets is waarin de mensheid zichzelf heeft overtroffen, is het wel in de ontwikkeling van wapens, maar er is altijd de verleiding geweest om een ontwerp te nemen... en het groter te maken. Sommige lezers herinneren zich misschien de Landkreuzer van nazi-Duitsland, maar tussen 1914 en 1915 creëerde het oude Russische Rijk de Tsaartank, ook wel bekend als Netopyr'. De configuratie met twee reuzenwielen moest naar verluidt allerlei obstakels vermijden, maar het bleek zo groot en zwaar dat hij bijna achtergelaten werd op het testterrein...
De geschiedenis begint met de tussenkomst van vier Russische ingenieurs en ontwerpers: Nikolai Lebedenko (die in 1914 werkte voor een particulier bedrijf dat voor het Russische Ministerie van Oorlog werkte), Nikolai Zhukovsky, Boris Stechkin en Alexander Mikulin. Hun ervaring met artillerie bracht hen ertoe een gigantisch gepantserd voertuig te bedenken, met een configuratie die lijkt op een driewieler, met twee reuzenwielen vooraan, elk met een diameter van 9 meter.
Beide wielen waren direct verbonden met de romp, terwijl het derde wiel zorgde voor de besturing. Twee Maybach-motoren (van de oude Maybach die aan Mercedes-Benz voorafging) met 240 pk brachten kracht over op beide wielen. De motoren gebruikten traditionele banden als contactpunt en brachten deze via de houten rand die op de reuzenwielen was gemonteerd. Bij oververhitting kon dit contact naar believen worden onderbroken om de motoren te beschermen, maar de eerste berekeningen suggereerden een maximumsnelheid van 17 kilometer per uur.
De Tsaartank: één test was genoeg
De verantwoordelijken bouwden een schaalmodel met behulp van de motor van een grammofoon en presenteerden het aan tsaar Nicolaas II, die onder de indruk was van de prestaties van het “speeltje”, en zo kreeg de Tsaartank groen licht. De bouw van het prototype duurde ongeveer een jaar en in juli 1915 begonnen de eerste manoeuvres... en de problemen.
De tank was zo groot dat hij alleen stuk voor stuk naar het beoordelingsgebied kon worden vervoerd. Toen de montage klaar was, ontdekten ze dat het gewicht de oorspronkelijke specificatie met 50 procent overschreed (van 40 naar 60 ton), maar er is meer. De eerste test in augustus begon goed: de tank bewoog zich met hoge snelheid voort en gooide bomen omver, maar het derde wiel kwam vast te zitten in een greppel in zachte grond... en hij kwam er nooit meer uit.
De motoren hadden niet genoeg vermogen om de Tsaartank uit zijn benarde positie te halen. Stechkin en Mikulin (beide neven van Lebedenko) probeerden zwaardere motoren te installeren, maar dat gebeurde nooit. Het leger gaf snel de duim omlaag, met twee redenen. Aan de ene kant de kosten. Dat prototype had een kwart miljoen roebel gekost, een fortuin midden in de Eerste Wereldoorlog. Aan de andere kant waren de spaakwielen (net als bij een fiets) een gigantisch doelwit voor vijandelijke artillerie. De Tsaartank bleef daar liggen, op 60 kilometer van Moskou, totdat men in 1923 besloot hem te slopen en het metaal te recyclen.
(Redactionele noot: andere bronnen plaatsen het testjaar op 1917)