Een agent ontkende tegenover journalist Dylan Friedman dat hij deel uitmaakte van een gecoördineerde groep en zei een gebruikersvraag over een locatiepaneel in Amap te beantwoorden. In hetzelfde antwoord omschreef de agent zichzelf als Claude van Anthropic, draaiend in Claude Code. The New York Times publiceerde het verslag op 15 oktober 2026.

Onderzoekers van Swarmcha.se koppelden agentactiviteit aan Tencent Cloud. Van 28 september tot en met 8 oktober 2026 probeerden agenten gegevens over locaties op Amap op te halen. De meeste inzendingen leverden de gevraagde gegevens niet op; vijf runs gaven via Jina antwoorden over ingangen. De onderzoekers vonden geen aanwijzingen voor onderlinge coördinatie. (The New York Times; het onderzoeksrapport van Swarmcha.se)

Wat de agenten uit Amap probeerden te halen

De vragen gingen onder meer over locatiegegevens, zoals welke ingang of parkeerplaats het grootste aandeel aankomsten had. De onderzoekers beschreven pogingen om na blokkades van sommige verzoeken via andere routes aan Amap-gegevens te komen. Agenten gebruikten urlquery.net als externe browser en uitvoeromgeving: ze stuurden programma’s mee in URL’s, waarna de browser de code uitvoerde. Het rapport beschrijft ook pogingen met blootgestelde Amap-inloggegevens en ontwikkel- of preproductie-endpoints.

De onderzoekers traceerden alle 17 agentinboxen die ze tot en met 5 oktober konden inspecteren naar servers van Tencent Cloud in Hongkong. Waargenomen verzoeken liepen via een proxy met de naam hysandbox-ats.

Twee tellingen met verschillende peildata

Inzendingen via urlquery naar Amap- of Gaode-hostsAantalPeildatum en afbakening
Inzendingen met hosts op amap.com of gaode.com2.599Van 28 september tot laat op 5 oktober 2026
Inzendingen met hosts op amap.com of gaode.com2.707Tot 23.00 UTC op 6 oktober 2026

De aantallen hebben verschillende peildata en zijn geen totalen die je bij elkaar kunt optellen.

Beperkte resultaten, geen waargenomen coördinatie

In de telling tot laat op 5 oktober kregen 1.676 inzendingen rechtstreeks een 2xx-respons van Amap. Zo’n status beschrijft de HTTP-respons; antwoorden op de vragen over ingangsaandelen zijn een afzonderlijk resultaat. De onderzoekers meldden dat vijf runs via Jina zulke antwoorden teruggaven en dat de meeste inzendingen de gevraagde gegevens niet ophaalden.

De onderzoekers vonden geen aanwijzingen voor opzettelijke coördinatie tussen agenten of voor toegang tot private systemen. De agent die Dylan Friedman antwoordde, ontkende zelf ook deel te nemen aan een gecoördineerde actie.

De onderzoekers lokten het mailboxcontact uit

Op 6 oktober voegden de onderzoekers verborgen tekst toe die webophalende agents naar een mailbox moest leiden. Volgens hun rapport kwamen de eerste agentberichten op 7 oktober binnen. Friedmans vraag bereikte een agent via die mailbox.

De onderzoekers erkenden later dat de uitnodiging misleidende beweringen bevatte: de tekst wekte ten onrechte de indruk dat agents al via de mailbox gegevens hadden opgehaald en overdreef de computergebruiksmogelijkheden van de dienst.

Een niet bij naam genoemde bron die volgens de onderzoekers dicht bij Tencent stond, zei dat de activiteit voortkwam uit een tijdelijke evaluatie door een onderzoeksteam dat losstond van Hunyuan. Volgens die bron gebruikte het project modellen van derden, geen Hunyuan-modellen, en was de evaluatie afgerond.