Een geredigeerde motie in Hilton v. Noem werd op 2 oktober 2026 openbaar. De eisers stellen daarin dat agenten van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid (DHS) in januari mensen fotografeerden die ICE-operaties in Maine observeerden, identificerende gegevens verzamelden en dossiers aanmaakten in Investigative Case Management (ICM). Het zijn aantijgingen in een verzoek aan de rechtbank, geen rechterlijke vaststellingen.
Wat de openbaar gemaakte motie stelt
De motie is gedateerd 11 september 2026 en werd op 2 oktober in geredigeerde vorm openbaar gemaakt. De vier genoemde eisers zijn Elinor Hilton, Colleen Fagan, Polyxenia Pantos en Carlyn Williams. Zij stellen dat DHS-agenten waarnemers fotografeerden, kentekens en andere identificerende gegevens noteerden, persoonlijke informatie opzochten en gegevens in ICM vastlegden. Ook beschrijven ze gedrag dat volgens hen bedoeld was om mensen ervan te weerhouden ICE-acties te observeren.
De aantijgingen gaan over gebeurtenissen tijdens Operation Catch of the Day, een ICE-operatie in Maine in januari 2026. Zo stelt de motie dat Polyxenia Pantos op 20 januari in Portland een arrestatie observeerde en fotografeerde.
Het beschreven verband tussen ICM en TECS
ICM is een casemanagementsysteem dat Homeland Security Investigations (HSI), een onderdeel van ICE, gebruikt om onderzoeken vast te leggen. Palantir bouwde het systeem op de Gotham-software. Een DHS-privacybeoordeling uit 2016 beschrijft dat persoonsrecords uit ICM automatisch worden gedeeld met TECS, het systeem van U.S. Customs and Border Protection (CBP) voor reizigersscreening. Daar kunnen de records dienen als signaleringen bij controles van reizigers.
De motie noemt daarnaast Mobile Query, een telefoonapp van CBP. Volgens de eisers gebruikte een CBP-functionaris die app om foto's van waarnemers met gezichtsherkenning te doorzoeken.
De gebeurtenissen rond Pantos en Williams
De motie stelt dat Pantos en Williams op 16 maart 2026 bij de grensovergang Jackman werden vastgehouden toen ze vanuit Québec terugkeerden. De eisers zeggen dat de controle ongeveer een uur duurde. Volgens de motie leidde informatie over Williams in ICM en TECS tot, of droeg die bij aan, een extra controle.
DHS betwist de typering van de zaak
DHS stelt dat het om geïsoleerd optreden ging dat tegen het beleid was. Het ministerie betwist ook de typering van de zaak als bewijs voor een afzonderlijke database van Amerikaanse burgers die tegen ICE protesteren.
De eisers vragen de rechtbank om de ICM- en TECS-records van Williams te archiveren of aan te passen, en om nadelige maatregelen op basis van de over hen verzamelde informatie te verbieden. Ook vragen ze om een verbod op de in de motie beschreven dreigementen met een terrorismelijst en op het naar huis begeleiden van waarnemers in Maine.