Op 13 oktober 2026 oordeelde een jury in Delaware dat Arm Holdings een verplichting rond softwarepatches en ontwikkeltools voor zijn ontwerpen had geschonden. De jury vond ook dat Arm zich opzettelijk en nalatig had gemengd in de zakelijke relatie tussen Qualcomm en Meta Platforms. Tegelijk besliste de jury vijf andere verwijten van contractbreuk in het voordeel van Arm. Reuters-verslaggever Tom Hals meldde dat Qualcomm in totaal $2 aan nominale schadevergoeding kreeg: $1 voor elk van de twee claims over inmenging. Reuters deed verslag van het gemengde oordeel. NeoTeo beschreef eerder de aanloop naar het proces.
Wat besliste de jury?
De uitspraak bevatte dus bevindingen in het voordeel van beide bedrijven. Qualcomm kreeg op de patch- en toolverplichting gelijk en won op de twee claims over de relatie met Meta. Arm won op vijf andere verwijten van contractbreuk. Dat verklaart waarom beide bedrijven na afloop gunstige onderdelen konden benadrukken.
De vergoeding van $2 was nominaal: de jury kende $1 toe voor de claim over opzettelijke inmenging en $1 voor die over nalatige inmenging. Dat bedrag is de vergoeding voor die twee claims, niet de uitkomst van de afzonderlijke discussie over royaltybetalingen.
De royaltykwestie bleef bij de rechter
In het verslag van Reuters van 13 oktober moest rechter Maryellen Noreika nog beoordelen of Qualcomm zich op een contractclausule kon beroepen om vijf jaar lang geen royalty’s aan Arm te betalen. Arm voerde aan dat die clausule niet afdwingbaar was. De jury deed geen uitspraak over een opschorting van royaltybetalingen. NeoTeo schreef eerder over Qualcomms verzoek rond de royalty’s.
Qualcomm had daarnaast gesteld dat Arm informatie over het licentiegeschil aan Bloomberg News had gelekt en daarmee een voorgenomen deal met Meta had vertraagd. Reuters meldde de beschuldiging als Qualcomms lezing van de gebeurtenissen; de gerapporteerde jurybevinding betrof de inmenging in de relatie met Meta.
De eerdere NUVIA-zaak was een afzonderlijk proces
Het oordeel uit 2026 betrof Qualcomm’s claims tegen Arm. Een eerder, door Arm aangespannen proces draaide om de licentie van NUVIA, dat Qualcomm in 2021 had overgenomen. Arm stelde dat Qualcomm NUVIA-processors bleef gebruiken die onder de licentie van NUVIA vielen. In december 2024 oordeelde een jury dat Qualcomm de NUVIA-licentie niet had geschonden en dat de betrokken producten onder Qualcomms eigen licentie vielen. De jury kwam niet tot een oordeel over de vraag of NUVIA zelf de overeenkomst had geschonden, volgens het verslag van advocatenkantoor Paul, Weiss.
Qualcomm meldde dat de rechtbank op 30 september 2025 in die afzonderlijke zaak definitief uitspraak deed in het voordeel van Qualcomm en NUVIA en de resterende vordering van Arm afwees. Dat proces en de juryzaak uit 2026 hadden dus een eigen procedurele uitkomst. (Paul, Weiss over de juryuitspraak in de eerdere zaak; Qualcomm over het definitieve vonnis).