Een voorgestelde federale collectieve rechtszaak die in september 2026 in Chicago is ingediend, beschuldigt Meta Platforms, Inc. ervan biometrische informatie uit foto’s op Facebook en Instagram te hebben gehaald zonder voldoende kennisgeving of toestemming. Volgens de aanklacht zou die informatie zijn gebruikt voor NameTag, een nog niet uitgebracht gezichtsherkenningssysteem voor Meta’s slimme brillen, en voor de generatieve-AI-systemen Emu en Muse Image. De beschuldigingen zijn niet juridisch vastgesteld. Meta noemt de zaak ongegrond, zegt dat NameTag nooit aan consumenten is geleverd en ontkent dat het een universele gezichtsdatabank bouwt.

Wat de rechtszaak beweert

De zaak is aangespannen door ouders en kinderen uit Illinois en Californië. De kern van hun bewering is dat gezichten op foto’s van Facebook en Instagram konden worden omgezet in biometrische informatie — gegevens waarmee een gezicht kan worden herkend of vergeleken — zonder dat betrokkenen daar voldoende over waren geïnformeerd of toestemming voor hadden gegeven.

De aanklacht brengt die vermeende verwerking in verband met drie Meta-systemen:

  • NameTag, een gezichtsherkenningssysteem dat bij Meta’s slimme brillen zou horen;
  • Emu, een generatief-AI-systeem van Meta;
  • Muse Image, een systeem voor het genereren van afbeeldingen.

Welke specifieke afbeeldingen eventueel zijn gebruikt, is niet duidelijk. De zaak presenteert bovendien geen rechterlijke vaststelling dat Meta de beschreven verwerking heeft uitgevoerd. Dat onderscheid is hier geen juridisch voetnootje maar de hoofdzaak: een beschuldiging is nog geen bewezen overtreding.

NameTag: code in een app, geen consumentenproduct

Meta aangeklaagd om vermeend gebruik van biometrische gegevens uit Facebook- en Instagramfoto’s

NameTag werd onderwerp van discussie nadat technisch functionele code werd aangetroffen in de AI-metgezelapp voor Meta’s slimme brillen. Die app was volgens de berichtgeving meer dan 50 miljoen keer gedownload. De functie was echter niet ingeschakeld voor gebruikers.

Meta zegt dat er niets van NameTag aan consumenten is geleverd en dat er geen definitief besluit was genomen over een mogelijke introductie. Daarmee lopen twee vragen door elkaar die je uit elkaar moet houden: er kan code voor een functie in software staan, zonder dat die functie als consumentenproduct beschikbaar is.

De beschreven werking van NameTag zou erop neerkomen dat door de bril vastgelegde gezichten worden omgezet in biometrische handtekeningen en vervolgens worden vergeleken met gezichtsafdrukken die op de telefoon van de gebruiker zijn opgeslagen. Dat is de technische context rond het systeem; het bewijst op zichzelf niet dat de huidige aanklacht gelijk krijgt over de herkomst van die gezichtsafdrukken.

Meta’s reactie

Meta noemt de rechtszaak ongegrond en zegt dat het transparant is geweest over het gebruik van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van AI-producten. Over NameTag stelt het bedrijf dat niets aan consumenten is geleverd en dat nog geen definitief besluit over de functie was genomen.

Meta zegt daarnaast: “We bouwen geen universele gezichtsdatabank.” Die ontkenning staat tegenover de bewering in de aanklacht dat biometrische informatie mogelijk uit beelden op Meta-platforms is gehaald. De beschikbare feiten lossen dat geschil niet op. Ze laten wel zien waarom de zaak verder gaat dan een discussie over één experimentele functie: ze raakt tegelijk aan sociale foto’s, biometrische gegevens, generatieve AI en camera’s die de wereld om de gebruiker heen kunnen vastleggen.

Justin Boley, advocaat van de eisers bij Wexler Boley & Elgersma, stelt dat mensen zich geen zorgen zouden moeten hoeven maken over misbruik van biometrische informatie alleen omdat hun foto’s op een sociaal platform staan. Dat is het privacybelang dat de eisers aan de zaak verbinden.

Omvang en mogelijke schade

De voorgestelde collectieve periode zou teruggaan tot 4 september 2021. De groep zou volgens de aanklacht mogelijk uit miljoenen mensen kunnen bestaan van wie beelden op Meta-platforms verschenen of die beelden en prompts naar Meta’s generatieve-AI-systemen stuurden. Dat blijft een voorgestelde reikwijdte van de zaak, geen vastgestelde groepsomvang.

Voor claims onder de wet van Illinois worden bedragen genoemd van:

  • $5.000 per opzettelijke of roekeloze overtreding, of de werkelijke schade als die hoger is;
  • $1.000 per nalatige overtreding, of de werkelijke schade als die hoger is.

Die bedragen betekenen niet dat een individuele deelnemer automatisch geld krijgt. Er is voor deze voorgestelde collectieve zaak geen individuele uitbetaling vastgesteld. Een eventuele betaling zou afhangen van het verdere verloop van de procedure, bijvoorbeeld een rechterlijke beslissing of een schikking.

Eerdere schikkingen waren andere zaken

De voorgestelde zaak uit 2026 staat niet gelijk aan eerdere Amerikaanse procedures tegen Meta. Ze hebben een andere juridische context, een andere geografische reikwijdte en een andere status.

ZaakJurisdictie of ontvangerOnderwerpBedrag of maatregelProcespositie
Voorgestelde federale collectieve zaak uit 2026Illinois, Californië en een voorgestelde landelijke groepVermeend gebruik van biometrische informatie uit Facebook- en Instagrambeelden voor NameTag, Emu en Muse ImageMogelijke wettelijke schadevergoeding van $5.000 of $1.000 per overtreding onder de wet van Illinois, afhankelijk van de aard van de overtredingVoorgestelde zaak; de beschuldigingen zijn niet juridisch vastgesteld
Schikking uit 2020 in IllinoisConsumenten in IllinoisEen eerder gezichtsherkenningssysteem en vermeende schendingen van biometrische privacyMeta stemde in met $650 miljoenAfzonderlijke schikking
Schikking uit 2024 in TexasStaat TexasAfzonderlijke beschuldigingen over gezichtsgeometrie en biometrische gegevens van inwoners van TexasMeta stemde in met $1,4 miljard aan de staat Texas, zonder schuld te erkennenAfzonderlijke schikking

De schikking van $1,4 miljard in Texas is dus geen aangekondigde uitbetaling aan deelnemers aan de huidige zaak. Het bedrag ging naar de State of Texas en zegt op zichzelf niets over de uitkomst van de voorgestelde federale procedure.

Wat je hieruit niet moet afleiden

De huidige zaak bewijst niet dat Meta een universele gezichtsdatabank heeft gebouwd. Meta ontkent dat, terwijl de eisers stellen dat biometrische informatie mogelijk uit platformbeelden is gehaald. Ook is NameTag niet hetzelfde als een uitgebracht consumentenproduct: er was gemelde code in een veelgebruikte app, maar de functie was niet ingeschakeld en Meta zegt dat de functie niet aan consumenten is geleverd.

En nee, er is geen automatische cheque voor iedereen die ooit een foto op Facebook of Instagram heeft gehad. De zaak bevindt zich rond een voorgestelde collectieve actie en de genoemde schadebedragen zijn juridische vorderingen, geen toegekende betalingen.

De inzet is uiteindelijk groter dan één naam in een app. De procedure stelt de vraag waar de grens ligt wanneer sociale foto’s, biometrische herkenning en generatieve AI in hetzelfde productecosysteem terechtkomen. Het antwoord hangt af van de verdere behandeling van deze zaak — en van de vraag welke gegevens Meta daadwerkelijk heeft gebruikt en voor welk doel.