NASA zag in de zeeniveaukaart van 12 oktober 2026 een patroon dat sterk leek op dat van 13 oktober 1997: het zeeniveau was verhoogd in de centrale en oostelijke equatoriale Stille Oceaan, tot aan Zuid-Amerika. De overeenkomst beschrijft de oceaanmetingen; NASA waarschuwde dat vergelijkbare patronen niet automatisch dezelfde weersgevolgen opleveren.

Wat de drie kaarten laten zien

Op de kaart uit 2026 liep het gebied met verhoogd zeeniveau, net als op de kaart uit 1997, oostwaarts richting Zuid-Amerika. Op de kaart van 12 oktober 2015 was het verhoogde water minder ver tot aan de Zuid-Amerikaanse kust doorgedrongen.

Datum van de kaartSatellietgegevensBeschreven patroon
13 oktober 1997TOPEX/PoseidonVerhoogd zeeniveau strekte zich uit richting Zuid-Amerika.
12 oktober 2015Jason-2Het verhoogde water reikte minder ver tot aan de Zuid-Amerikaanse kust.
12 oktober 2026Sentinel-6 Michael FreilichHet patroon leek sterk op dat van 1997, met verhoogd zeeniveau richting Zuid-Amerika.

NASA meldde dat El Niño van 2026 zich sneller ontwikkelde dan de gebeurtenis van 1997–98. NASA/JPL-wetenschapper Josh Willis schatte op 23 oktober in dat de gebeurtenis van 2026 op koers lag om groter te worden dan die van 1997.

Hoe satellietaltimetrie warmte in de oceaan zichtbaar maakt

Satellietaltimetrie meet de hoogte van het zeeoppervlak. Warmer water zet uit, waardoor een hoger zeeniveau in de equatoriale Stille Oceaan kan wijzen op warmteopbouw die met El Niño samenhangt. NASA verwijderde seizoenscycli en langetermijntrends uit de kaartgegevens om kortetermijnafwijkingen beter zichtbaar te maken.

De vergelijking koppelt elk kaartbeeld aan een specifieke missie: TOPEX/Poseidon voor 1997, Jason-2 voor 2015 en Sentinel-6 Michael Freilich voor 2026. NASA beschreef een satellietaltimetrie-record van 35 jaar, opgebouwd met vrijwel identieke satellieten die bijna dezelfde baan over het aardoppervlak volgden. Opeenvolgende missies overlapten elkaar.

De vergelijking van NASA toont de drie kaarten en hun zeeniveauafwijkingen.

Waarom een vergelijkbare kaart geen weersverwachting oplevert

Een overeenkomst in oceaanpatronen bepaalt niet waar regen of andere gevolgen terechtkomen. NASA beschreef de atmosfeer als chaotisch: het signaal van El Niño kan buiten de tropen vervagen, en de gevolgen hangen mede af van de plek waar de oceaan opwarmt en van de atmosferische reactie.

De historische gevolgen verschilden ook. NASA beschreef zware regenval in Californië en het zuiden van de Verenigde Staten tijdens El Niño van 1997–98. In 2015–16 concentreerde meer regen zich volgens NASA boven Midden-Amerika en het zuidoosten van de Verenigde Staten; Mexico kreeg te maken met aanzienlijke overstromingen.

Voor de eerste drie maanden van 2027 gaf NOAA in zijn verwachting van 8 oktober 2026 een kans van 83% op sterke tot zeer sterke El Niño-omstandigheden. NASA meldde die verwachting; ze beschrijft de vooruitzichten voor die periode.