NASA kondigde op 21 oktober 2026 Competition Model 2.0 (CM2.0) aan, een geplande herziening van de selectie van wetenschappelijke missies. Welke procedure geldt, hangt af van het programma: vlaggenschipmissies houden hun bestaande aanpak, twee groepen behouden twee selectiestappen en vijf programmatypen gaan over op één stap.
Wetenschap eerst in de selectie
Met CM2.0 wil NASA voorstellen eerst op hun wetenschappelijke waarde beoordelen. Gedetailleerd technisch ontwerp- en kostenwerk komt pas aan bod wanneer dat nodig is om een keuze te maken. De invoering verloopt gefaseerd.
De selectieroute verschilt per programma
| NASA-programma | Selectieroute | Wat verandert of blijft gelden |
| Vlaggenschipmissies | Bestaande, gerichte aanpak | NASA wijst de missie toe aan een leidend NASA-centrum. Wetenschapsteams en instrumenten worden via gerichte oproepen geselecteerd. |
| Astro-Probes, New Frontiers en Discovery | Twee stappen | Stap 1 vraagt om een wetenschappelijke onderbouwing, een plan voor de wetenschappelijke uitvoering en een conceptontwerp van de missie. |
| MIDEX en Earth Explorer | Twee stappen | De groep organisaties die missies kan uitvoeren wordt uitgebreid met universiteiten en industriële partners. Teams kunnen bij de selectie voor stap 1 vragen om een koppeling aan een uitvoeringsteam van Goddard of JPL. |
| SMEX, Missions of Opportunity, Earth Venture, Hosted Payloads en Rideshares | Eén stap | NASA plant een kleiner beoordelingsteam en virtuele locatiebezoeken; een brede groep organisaties kan de missies uitvoeren. |
Voor Astro-Probes, New Frontiers en Discovery vraagt NASA in stap 1 ongeveer de helft minder materiaal dan in de huidige reactie op een Announcement of Opportunity (AO), de oproep waarmee NASA voorstellen vraagt. Bij MIDEX en Earth Explorer kijkt NASA vóór de missieselectie ook naar de eerdere prestaties van organisaties bij projecten met vergelijkbare complexiteit en kosten.
Wat de verwachte selectietijden meten
Voor Astro-Probes, New Frontiers en Discovery verwacht NASA dat de periode van de AO tot de selectie voor stap 2 daalt van 35 naar ongeveer 19,5 maanden, een verkorting van maximaal 45 procent. Voor MIDEX en Earth Explorer noemt NASA een verwachte verkorting van maximaal 45 procent.
Voor SMEX, Missions of Opportunity, Earth Venture, Hosted Payloads en Rideshares raamt NASA de tijd tot de definitieve selectie op ongeveer 19 maanden, tegenover circa 32 maanden. Dat is volgens NASA maximaal 40 procent korter. Deze ramingen betreffen selectiemomenten, geen lanceerschema’s.
De uitvoeringsstudie volgt na de eerste selectie
Voor Astro-Probes, New Frontiers en Discovery is stap 2 een Mission Implementation Study. Daarin worden de wetenschappelijke waarde, de uitvoerbaarheid van het wetenschappelijke programma en de uitvoerbaarheid van de missie beoordeeld. NASA wil zo risico’s vroeg in het traject in beeld krijgen.
Tijdens Phase A, de eerste fase van de missieontwikkeling, wordt het aantal kandidaten teruggebracht tot één missie. Die missie rondt Phase A af en bereikt KDP-B met een verder uitgewerkt uitvoeringsontwerp. Voor New Frontiers of Discovery kan NASA’s Science Mission Directorate, afhankelijk van de geselecteerde wetenschap, een studie onder beheer van Goddard toewijzen aan Johns Hopkins Applied Physics Laboratory.
Kosten- en planningscontrole blijft verplicht
NASA houdt strenge controle op kosten en planning verplicht voor alle missieklassen. Overschrijding van de controlegrenzen kan gevolgen hebben tot en met beëindiging van een missie. NASA wil bovendien commerciële satellietplatforms, subsystemen en gedeelde operaties voor meerdere missies inzetten wanneer die technische of financiële voordelen bieden.