Voor de gewone gebruiker begint en eindigt de geschiedenis van de processors met de x86- en ARM-architecturen, maar in de serverwereld bestaan er andere opties die plaats bieden aan chips met een indrukwekkend potentieel. Een van die opties is de nieuwe Pitón-processor, ontwikkeld door de Universiteit van Princeton, met in totaal 25 kernen. Het ontwerp is gebaseerd op de OpenSPARC-specificatie, die niet alleen open source is, maar ook relatief eenvoudig is uit te breiden. In Princeton denken ze al aan een server met achtduizend van deze processors, goed voor 200.000 kernen.
Als we het over een processor met 25 kernen hebben, is extra informatie zeker op zijn plaats. Zo Intel bracht een serverprocessor met 22 kernen en 44 threads uit (op dit moment 4.600 dollar), die meestal in paren wordt geïnstalleerd om het aantal kernen te verdubbelen. Het is dus logisch dat niemand direct verrast is. Flexibiliteit is echter cruciaal in servers. Het verhogen van de parallelliteit zonder de kosten of het energieverbruik de pan uit te laten rijzen, wordt door hardwareontwikkelaars beschouwd als een soort 'Heilige Graal'. En dat is precies waar de nieuwe Pitón-processor om de hoek komt kijken.
Ontwerp en architectuur
De naam Pitón verwijst naar de veelzijdigheid van het ontwerp, omdat het kan 'opschalen' naar hogere niveaus door meer kernen en processors toe te voegen, tot niveaus die vergelijkbaar zijn met die van een supercomputer. De processor heeft 460 miljoen transistors op een 32 nm-productienode (Sandy Bridge en Bulldozer komen in gedachten). Hoewel het ontwerp van de Pitón-chip aan Princeton toebehoort, werd de productie verzorgd door IBM, met financiering van het Office of Scientific Research van de Amerikaanse luchtmacht, de National Science Foundation (ook bekend als NSF) en onze vrienden van DARPA. Volgens professor David Wentzlaff, een van de projectleiders, is de op OpenSPARC gebaseerde architectuur zo flexibel dat er duizenden kernen aan een enkele chip zouden kunnen worden toegevoegd, wat neerkomt op 500 miljoen in een datacenter (ongeveer 200.000 kernen per server, verdeeld over 2.500 servers).
Efficiëntie en toekomst
De officiële aankondiging rept niet over het energieverbruik (geschat of exact) van de kernen in Pitón, maar vermeldt wel een efficiëntiewinst van 20 procent ten opzichte van een traditionele kern, dankzij het vermogen om vergelijkbare bewerkingen op processorniveau te herkennen, die gevallen te herstructureren en identieke instructies achter elkaar uit te voeren. Het spreekt voor zich dat de Universiteit van Princeton en haar sponsors duidelijk mikken op het optimaliseren van de infrastructuurefficiëntie voor 'de cloud', misschien in eerste instantie met "militair-wetenschappelijk" toepassingen, en later om de grote spelers op de markt te verleiden.