Op 19 oktober 2026 stond de federale rechter Debra M. Brown de Verenigde Staten toe om namens de beheerder van de Amerikaanse milieudienst EPA deel te nemen aan de rechtszaak van de NAACP tegen X.AI Corp. en MZX Tech LLC. Brown wees het verzoek van de overheid af om de zaak eenzijdig te beëindigen. De uitspraak gaat over de rol van de overheid in de procedure, niet over de vraag of de bedrijven milieuregels hebben overtreden. (Lees de rechterlijke uitspraak)
De rechtbank maakte onderscheid tussen deelname en beëindiging
De NAACP en de Mississippi State Conference of the NAACP zijn de eisers; X.AI Corp. en MZX Tech LLC zijn de gedaagden. De Verenigde Staten vroegen om zich namens de EPA-beheerder bij de zaak te voegen én om de rechtszaak te beëindigen. De rechtbank stond het eerste toe, maar wees het tweede af.
Volgens Brown geeft Federal Rule of Civil Procedure 41 een partij regels voor het beëindigen van haar eigen zaak, maar geen bevoegdheid voor de Verenigde Staten om de zaak van andere eisers te beëindigen. Ook de Clean Air Act verleent de overheid volgens de rechter geen eenzijdig recht om deze rechtszaak te stoppen wanneer de eisers daar bezwaar tegen maken.
De milieuaanklachten zijn niet inhoudelijk beoordeeld
De zaak betreft de Colossus Gas Plant in Southaven, Mississippi. De eisers stellen dat X.AI Corp. en MZX Tech LLC de installatie zonder de vereiste vergunningen hebben gebouwd en exploiteren, in strijd met de federale Clean Air Act en het staatsuitvoeringsplan van Mississippi. De beschikking van 19 oktober beoordeelt die beschuldigingen niet.
De eisers vragen de rechtbank om de exploitatie te beperken tot wat wettelijk is toegestaan, om de installatie en het gebruik van de best beschikbare bestrijdingstechnologie op te leggen en om civiele boetes toe te kennen van maximaal 124.426 dollar per dag per overtreding. Dat zijn gevraagde maatregelen, geen opgelegde boetes.
Een processtuk was vereist als de overheid wilde deelnemen
De beschikking verplichtte de Verenigde Staten om uiterlijk 23 oktober 2026 een processtuk volgens Rule 24(c) in te dienen als de overheid aan de zaak wilde deelnemen. Als dat stuk een reactie vereiste, stelde de rechtbank daarvoor 30 oktober als uiterste datum.