In een analyse die op 7 oktober 2026 verscheen, schatte Vish Nandlall dat een scenario voor Starlink Mobile bij 10% mobiel marktaandeel buitenverkeer tijdens het drukste uur zou kunnen ondersteunen tot een dichtheid van ongeveer 82 inwoners per km². Dat is een modeluitkomst, geen meting van de capaciteit van Starlink Mobile.
Een model geeft het dichtheidsprobleem een getal
De schatting koppelt de capaciteit van een satellietbundel aan de mobiele vraag van inwoners in een gebied. Een breed bereik zegt op zichzelf niet hoeveel verkeer een netwerk tijdens piekuren kan verwerken. In Nandlalls basisscenario komt de gemodelleerde capaciteit uit op ongeveer 0,33 Mbps per km². Bij de aangenomen vraag per abonnee is dat genoeg voor circa acht satellietabonnees per km²; bij een mobiel marktaandeel van 10% vertaalt het model dat naar ongeveer 82 inwoners per km².
Zo wordt de basisschatting berekend
Het basisscenario rekent met een antenneoppervlak van 40 m², een hoogte van ongeveer 330 km, 25 MHz downlinkspectrum en een spectrale efficiëntie van 1 bit/s/Hz. Spectrale efficiëntie geeft aan hoeveel bits per seconde een netwerk per hertz spectrum kan overbrengen. Met die aannames komt de berekende bundelcapaciteit uit op ongeveer 25 Mbps. Voor een bundel van circa 9,3 km breed schat het model de capaciteit op ongeveer 0,33 Mbps per km².
Voor het gebruik neemt de berekening 20 GB per abonnee per maand en een belasting van ongeveer 0,10 Mbps per abonnee tijdens het drukste uur aan. Het model rekent vervolgens met 40% van het mobiele verkeer buitenshuis of in voertuigen. Dat levert een satellietvraag op van ongeveer 0,04 Mbps per abonnee tijdens dat drukste uur. Gedeeld door 0,33 Mbps per km² komt de uitkomst neer op ongeveer 8,25 abonnees per km². Bij een marktaandeel van 10% hoort daar een bevolkingsdichtheid van circa 82 inwoners per km² bij.
Ook de verkeers- en gebruiksaannames maken verschil. Als het aandeel buitenverkeer 30% is, stijgt de gemodelleerde grens tot ongeveer 109 inwoners per km²; bij 60% daalt die tot circa 55. Een verdubbeling van het telefoongebruik brengt de schatting terug tot ongeveer 41 inwoners per km².
Drie antenneoppervlakken, drie gemodelleerde grenzen
De tabel vergelijkt drie scenario’s bij hetzelfde gemodelleerde marktaandeel van 10%. De genoemde antenneoppervlakken zijn invoerwaarden in het model.
| Antenneoppervlak in het scenario | Geschatte dichtheidsgrens | Gemodelleerd marktaandeel |
| 40 m² | Ongeveer 82 inwoners per km² | 10% |
| 120 m² | Ongeveer 368 inwoners per km² | 10% |
| 250 m² | Ruim 1.000 inwoners per km² | 10% |
Grotere oppervlakken verschuiven de uitkomst in deze berekening sterk omhoog. Het zijn modelscenario’s, geen bevestigde specificaties van Starlink Mobile-hardware.
Wat de Amerikaanse bevolkingskaart laat zien
Voor de aaneengesloten 48 Amerikaanse staten koppelde Nandlall de basisschatting aan bevolkings- en landgegevens per ZIP/ZCTA-gebied uit de volkstelling van 2010, opgeschaald naar 2025. Volgens die berekening ligt ongeveer 91% van het bewoonde landoppervlak onder de grens van 82 inwoners per km². Dat geldt voor 23% van de Amerikaanse bevolking; 77% woont boven die dichtheidsgrens.
Waarom dichtbevolkte gebieden grondinfrastructuur nodig hebben
In het model vraagt hogere bevolkingsdichtheid om extra terrestrische radio’s, locaties en backhaul: de verbindingen die netwerkverkeer verder transporteren. Voor gebieden met 100 tot 1.500 inwoners per km² rekent Nandlall met ongeveer 17 terrestrische knooppunten per km², elk met een straal van circa 150 meter. Voor die dichtheidsband samen schat het model ongeveer 8,1 miljoen knooppunten. Dit is de infrastructuurbehoefte binnen de berekening, geen aangekondigde uitrol.
De meting waarmee het model kan worden getoetst
Nandlall noemt capaciteit per km² tijdens het drukste uur als meetwaarde waarmee de modelaannames getoetst kunnen worden.