Witte dwergen lijken in de berekeningen meestal bijna wit, maar afzonderlijke sterren kunnen ook geel, groen, roze, cyaan of blauw uitvallen. Een studie die op 15 oktober 2026 verscheen, leidde die kleuren af uit spectra en modellen. De auteurs losten de sterdisks niet rechtstreeks op. In het onderzoek berekenden ze hoe het licht voor mensen zou kunnen kleuren.

De meeste sterren in de steekproef waren bijna wit

De studie omvatte 152 witte dwergen binnen 20 parsec van de zon. Vijf vielen volgens het criterium van de auteurs duidelijk buiten de kleurreeks van een ideaal warmtestralend object: twee gele DZ-sterren en drie roze DQpec-sterren. De overige 147 lagen dicht genoeg bij die reeks om hun kleur met een gecorreleerde kleurtemperatuur te beschrijven.

Deel van de steekproefAantalUitkomst
Volledige steekproef binnen 20 parsec152Nabije witte dwergen
Afwijkende kleuren5Twee gele DZ-sterren en drie roze DQpec-sterren
Dicht bij de Planck-locus147Mediaan van de gecorreleerde kleurtemperatuur: 6.768 K

De vijf uitschieters vormen 3,4% van de steekproef; de studie geeft daarbij een onzekerheidsmarge van +1,7 en −1,3 procentpunt. Bij de overige 147 lag 95% van de gecorreleerde kleurtemperaturen tussen 3.800 en 18.700 K. Die kleurtemperatuur beschrijft de kleur van het licht en is niet hetzelfde als de effectieve temperatuur van een ster.

Hoe spectra worden omgezet in kleur

Een spectrum laat zien hoeveel licht een ster op verschillende golflengten uitzendt. De onderzoekers verwerkten waargenomen spectra en modelatmosferen met de CIE 1931 XYZ-kleurfuncties, die de menselijke kleurwaarneming beschrijven. Ze namen golflengten van 360 tot 830 nanometer mee en zetten de uitkomst om naar chromaticiteit: de kleurcoördinaten, los van de helderheid. Daarna vertaalden ze die naar sRGB, de kleurruimte van veel beeldschermen, en schaalden ze de weergegeven helderheid terwijl de chromaticiteit behouden bleef.

Daarom zijn de getoonde tinten berekende kleurweergaven, geen rechtstreekse foto’s van opgeloste sterdisks. De auteurs merken ook op dat witte-dwergoppervlakken veel helderder zijn dan een beeldscherm en dat kleurwaarneming in het donker minder scherp is.

Brede absorptie verandert de tint

Bij een eenvoudige atmosfeer bepaalt de temperatuur grotendeels of een sterlicht oranje, wit of blauwachtig oogt. In witte dwergen kan de atmosfeer echter zo dicht zijn dat atomen en moleculen brede delen van het spectrum absorberen. De atmosfeer van de koelste witte dwergen kan volgens de studie ongeveer 1 g cm⁻³ bereiken. Natrium en calcium kunnen dan brede absorptiekenmerken veroorzaken; koolstofmoleculen doen dat ook. Welke golflengten verdwijnen, verandert de kleur van het overblijvende licht.

De groene voorbeelden komen uit afzonderlijk geselecteerde groepen witte dwergen. Ze zijn niet dezelfde sterren als de vijf uitschieters in de volledige steekproef, en zeggen op zichzelf niets over hoe vaak groen in de populatie voorkomt.

Groen, roze en blauw uit verschillende spectra

Bij DZ-witte dwerg WD J1330+6435 berekenden de onderzoekers een chartreusegroene chromaticiteit. De ster heeft een effectieve temperatuur van 4.240 K; brede absorptie door natrium en calcium verandert haar spectrum. De auteurs noemen het spectrum enigszins ruisachtig, waardoor de precieze berekende tint iets kan afwijken.

De DQpec-witte dwerg WD J1011+2845 heeft een geschatte effectieve temperatuur van 4.300 K en een berekende zalmroze kleur. Vervormde C₂-Swanbanden onderdrukken licht tussen 400 en 600 nanometer. Daardoor valt het grootste deel van het zichtbare licht boven 600 nanometer.

Ook een relatief koele witte dwerg kan blauw uitvallen. Voor DZ-witte dwerg WD J2356−2054, met een effectieve temperatuur van ongeveer 4.000 K, berekenden de auteurs een helderblauwe chromaticiteit. Brede natriumabsorptie onderdrukt een groot deel van het midden van het zichtbare spectrum, waardoor het resterende licht rond 450 tot 500 nanometer zwaarder meetelt. Voor deze ster is geen betekenisvolle gecorreleerde kleurtemperatuur toegekend.

De studie berekende daarnaast cyaanachtige kleuren voor geselecteerde infraroodzwakke witte dwergen. Daar kan absorptie door botsingen tussen waterstof en helium ook golflengten in het zichtbare licht beïnvloeden. Dat zijn voorbeelden uit doelbewust gekozen groepen, geen schatting van het aandeel cyaan gekleurde witte dwergen in de volledige nabije steekproef.