De Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten (CGPM) heeft tijdens haar 28e vergadering van 13 tot en met 15 oktober 2026 Resolutie 5 aangenomen. Die bepaalt dat UTC vanaf 20 mei 2027 continu moet zijn en stelt de maximale absolute afwijking tussen UTC en UT1 vast op 3.600 seconden (één uur). (Resolutie 5 van de CGPM; pagina over de 28e CGPM-vergadering)

UTC en UT1 meten niet hetzelfde

UTC is de internationale tijdschaal die het Bureau International des Poids et Mesures (BIPM) produceert op het tempo van International Atomic Time (TAI). UTC verschilt daarvan met een geheel aantal seconden. UT1 beschrijft de hoekrotatie van de aarde. Schrikkelseconden hielden UTC tot nu toe dicht bij UT1; onder de nieuwe regel kan het verschil oplopen tot maximaal één uur.

Waarom continue UTC ertoe doet

De CGPM noemt vervoer, energievoorziening, telecommunicatie en ruimtevaart als sectoren die continue UTC nodig hebben voor synchronisatie. De resolutie wijst ook op het risico van een negatieve schrikkelseconde: zo’n aanpassing is nog nooit toegepast en kan kritieke infrastructuur verstoren. Een workshop van de Consultatieve Commissie voor Tijd en Frequentie (CCTF) en de International Earth Rotation and Reference Systems Service (IERS) schatte in maart 2025 de kans op een negatieve schrikkelseconde vóór 2035 op 30%.

Een andere reden is dat aanbieders schrikkelseconden verschillend kunnen uitsmeren over een periode. Zulke smearmethoden kunnen volgens de resolutie tot uiteenlopende tijdsaanduidingen tussen systemen leiden en verschillen veroorzaken in de verspreide tijd- en frequentiesignalen.

Waar UT1-informatie beschikbaar blijft

Wie informatie over het verschil tussen UT1 en UTC nodig heeft, kan volgens de resolutie terecht bij navigatieberichten van Global Navigation Satellite Systems (GNSS) en bij diensten van IERS, nationale metrologie-instituten en andere aanbieders.