Veel historische teksten beschrijven de Vestingstad Kowloon als een 'anomalie', een overblijfsel uit het verleden met een eeuw op de schouders. Het ontruimingsproces duurde zes jaar… maar gelukkig zijn er beelden gebleven, kleine vensters die ons herinneren aan hoe er in die plaats werd geleefd en gewerkt. Matthew Hung publiceerde in 2013 een degelijk essay, maar het waren de fotografen Greg Girard en Ian Lambot die de ommuurde stad vastlegden vóór haar verdwijning…
Een politieke paradox
Een genegeerd aspect van de Vestingstad Kowloon is dat ze snel een politieke tegenstelling werd. Zoals Hung aangeeft in zijn essay, was geen van beide partijen bereid het grondgebied af te staan, maar tegelijkertijd wilden ze ook de controle niet overnemen. Telkens wanneer de koloniale regering de stad probeerde te ontruimen (met rellen en verzet erbij), kozen de Chinezen de kant van de bewoners, een heen-en-weer dat duurde tot december 1984, toen de Sino-Britse Gezamenlijke Verklaring werd ondertekend.
Het lot bezegeld
Met dat akkoord was het lot van de stad bezegeld. Er werden minimale compensaties uitgedeeld (die in sommige gevallen niet werden aanvaard, wat leidde tot gedwongen ontruimingen), en sommige elementen werden beschermd vanwege hun historische waarde, maar de rest werd onderdeel van 150.000 kubieke meter puin.
De laatste fase
Greg Girard en Ian Lambot betraden de stad in haar 'laatste fase'. Drugs, prostitutie en gokken waren al naar Hongkong verhuisd, en wat overbleef was, in de woorden van Girard zelf, 'de anarchistische ruimte': dokters zonder vergunning, voedselproductie zonder gezondheidsnormen, geluiden van metaal, machines, radio's en televisies, doordringende en bijna ondraaglijke geuren, een permanente vochtigheid… door al die chaos vonden de bewoners een weg, een manier om te overleven.
Girard en Lambot bundelden dit buitengewone werk in het boek City of Darkness: Life in Kowloon Walled City, online beschikbaar.
Bronnen: MasContext, TheFace, City of Darkness