De bijna ronde opening van ongeveer 15 mm in het linker schouderblad van Shanidar A past bij een penetrerende verwonding door een houten speerpunt met ronde doorsnede. De auteurs achten letsel rond het moment van overlijden het waarschijnlijkst, maar kunnen niet bepalen of de wond door geweld of een jachtongeval ontstond. Shanidar A was een Neanderthaler die ongeveer 75.000 jaar geleden in de grot van Shanidar in Iraaks Koerdistan werd begraven, volgens de studie in Scientific Reports.
Wat het schouderblad laat zien
Rond de opening zitten minstens drie radiale breuken: scheurtjes die vanuit het gat naar buiten lopen. Met micro-CT, een röntgentechniek die doorsneden van een voorwerp in beeld brengt, vonden de onderzoekers minstens vier botfragmenten van elk minstens 4 mm lang in het sediment onder de opening. Eén fragment kan in het gat worden teruggeplaatst.
Rond de wond zagen de onderzoekers geen botremodellering, reactie van het botvlies of genezing. De auteurs interpreteren de beschadiging daarom als waarschijnlijk ontstaan rond het overlijden. De botsporen leveren zo aanwijzingen voor een penetrerend letsel, maar laten de omstandigheden van het incident open.
Waarom een houten speerpunt in beeld komt
De bijna ronde vorm past volgens de auteurs bij een houten speer met een ronde doorsnede. Een stenen speerpunt zou naar verwachting eerder een ovale of ruitvormige beschadiging achterlaten. De vorm ondersteunt dus een interpretatie van het wapen, maar maakt niet duidelijk wie de wond veroorzaakte of met welke bedoeling.
Afschuining aan de achterzijde van het bot wijst op een baan van de buikzijde naar de rugzijde. De verplaatste fragmenten suggereren dat de punt vanaf een positie dichter bij de middellijn en hoger dan de wond binnendrong. De studie stelt niet vast of de speer werd gegooid of gestoken.
Een eerdere gezichtsverwonding en mogelijke zorg
Een onderste snijtand van Shanidar A was in de lengte gespleten. Tandsteen op de blootliggende tandoppervlakken en voortgezette slijtage wijzen erop dat de tand na het gezichtstrauma nog enige tijd in gebruik bleef. De auteurs zien mogelijke hulp van groepsgenoten als een interpretatie van die overleving; de bot- en tandsporen wijzen geen helper aan.