De gewijzigde EU AI-verordening biedt daarvoor drie gerichte regelingen: passende maatregelen voor AI-geletterdheid, een vereenvoudigde invulling van bepaalde kwaliteitsmanagementelementen voor in aanmerking komende mkb-bedrijven en een deadline voor nationale AI-sandboxes. De wijzigingsverordening is sinds 27 juli 2026 van kracht, aldus de Europese Commissie. Welke verplichtingen voor een bedrijf gelden, hangt mede af van de rol en het beoogde gebruik van het AI-systeem.

Drie regelingen, verschillende voorwaarden

OnderdeelVoor wieWat regelt de wijzigingVoorwaarde of datum
AI-geletterdheidAanbieders en gebruiksverantwoordelijkenMaatregelen moeten rekening houden met kennis, ervaring, opleiding, training en gebruikscontext.Er hoeft geen specifiek niveau voor iedere individuele persoon te worden gegarandeerd.
KwaliteitsmanagementIn aanmerking komende mkb-bedrijven, waaronder start-upsBepaalde elementen van het kwaliteitsmanagementsysteem uit artikel 17 mogen vereenvoudigd worden ingevuld.Het bedrijf heeft geen partner- of verbonden ondernemingen volgens de genoemde EU-definitie.
Nationale AI-sandboxEU-lidstatenIedere lidstaat moet ten minste één nationale AI-regelgevingssandbox operationeel hebben.Uiterlijk 2 augustus 2027.
Toegang tot de EU-sandboxMkb-bedrijven, waaronder start-ups, en kleine midcapondernemingenDeze ondernemingen krijgen prioritaire toegang tot de sandbox op EU-niveau.De wijzigingsverordening kent deze prioriteit toe aan de genoemde groepen.

De regels staan in Verordening (EU) 2026/1744, die de AI-verordening wijzigt.

Wat de mkb-vereenvoudiging wel omvat

De vereenvoudigde aanpak geldt voor bepaalde onderdelen van artikel 17 over het kwaliteitsmanagementsysteem. Ze is bedoeld voor mkb-bedrijven die aan de voorwaarde over partner- en verbonden ondernemingen voldoen. Het is dus een beperkte regeling voor die onderdelen; verplichtingen uit de AI-verordening hangen daarnaast af van het systeem, het gebruik en de rol van de organisatie.

De AI-verordening onderscheidt onder meer aanbieders en gebruiksverantwoordelijken. Een organisatie die een AI-systeem onder haar verantwoordelijkheid beroepsmatig gebruikt, kan gebruiksverantwoordelijke zijn. Wie een systeem ontwikkelt, onder eigen naam op de markt brengt of ingrijpend wijzigt, kan met andere verplichtingen te maken krijgen. De precieze rollen en verplichtingen staan in Verordening (EU) 2024/1689.

AI-geletterdheid: maatregelen passend bij de context

Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken moeten maatregelen nemen om AI-geletterdheid te ondersteunen. Daarbij tellen onder meer de technische kennis, ervaring, opleiding en training van de betrokken mensen mee, net als de context waarin zij AI gebruiken. De gewijzigde bepaling verlangt geen gegarandeerd AI-geletterdheidsniveau voor iedere individuele medewerker en schrijft geen universeel certificaat of score voor.

Dat maakt de organisatiecontext belangrijk: maatregelen sluiten aan op wie met AI werkt en waarvoor. De plicht om AI-geletterdheid te bevorderen blijft staan, ook al is er geen vast individueel eindniveau.

Voor hoogrisicosystemen gelden twee data

De belangrijkste toepassingsdatum hangt af van de categorie. Voor hoogrisicosystemen onder artikel 6, lid 2, en bijlage III geldt 2 december 2027. Voor systemen onder artikel 6, lid 1, en bijlage I is dat 2 augustus 2028. De wijzigingsverordening legt die afzonderlijke termijnen vast.

Bijlage III omvat aangewezen toepassingen, waaronder bepaalde AI-systemen voor werkgelegenheid en onderwijs. Bijlage I betreft AI-systemen die verband houden met producten die onder EU-productregelgeving vallen. Die verschillende reikwijdte is van belang bij het bepalen welke termijn op een systeem van toepassing is.