Op 13 oktober 2026 stond de Amerikaanse districtsrechter Edward J. Davila Apple beperkte versnelde bewijsvergaring toe in de zaak rond vermeende bedrijfsgeheimen. De beschikking omvat specifieke forensische kopieën, documenten over sollicitatiegesprekken en berichten, en staat enkele verhoren toe. Davila besliste niet of Apple’s beschuldigingen kloppen. De beschikking bakent dus af welke informatie versneld aan bod komt; ze geeft Apple geen algemene toegang tot OpenAI’s hardwareonderzoek.

Welke gegevens en verhoren vallen eronder?

De beschikking noemt drie categorieën: forensische kopieën die al in verband met de zaak waren verzameld; documenten voor of over interviews met Apple-kandidaten voor de consumentgerichte hardwareteams van OpenAI; en LINE-gesprekken tussen Chang Liu en Alyssa Peng vanaf 1 januari 2026. Bij de interviewdocumenten gaat het onder meer om handleidingen, instructies, technische presentaties en verslagen van gesprekken of verwijzingen naar Apple-technologie en onderdelen.

Voor de toegestane verzoeken moeten de gedaagden binnen 14 dagen reageren. Voor materiaal dat al in verband met de rechtszaak was verzameld, geldt een termijn van vijf dagen. De beschikking staat ook verhoren toe van Chang Liu, Tang Yew Tan en Alyssa Peng. Die moeten plaatsvinden binnen 30 dagen nadat Apple alle reacties op de toegestane verzoeken heeft ontvangen. Een verhoor in deze Amerikaanse procedure is een formele verklaring onder ede buiten de rechtszaal.

Daarnaast mogen aangewezen vertegenwoordigers van OpenAI Foundation, OpenAI Group PBC en io Products, LLC worden verhoord over ten minste één toegestaan onderwerp: hun relevante functies, rollen en verantwoordelijkheden.

Welke verzoeken zijn afgewezen of uitgesteld?

Davila wees versnelde inzage in onderzoeks- en ontwikkelingsdocumenten over metaalafwerkingen, energiebeheer en batterijfunctionaliteit af. Die onderwerpen passen volgens de beschikking bij de reguliere bewijsvergaring over de inhoud van de zaak.

Verzoeken die draaiden om de term “Apple Originated Information” stelde de rechter uit omdat de gehanteerde omschrijving te vaag was. Apple moest met de gedaagden overleggen en kon binnen vijf dagen een scherpere definitie indienen als het die verzoeken wilde voortzetten.

De beschuldigingen zijn niet inhoudelijk beoordeeld

Apple beschuldigde voormalige werknemers ervan bedrijfsinformatie te hebben geraadpleegd en gebruikt. De beschikking beschrijft ook twee tegengestelde deskundigenbeoordelingen: de deskundige van Apple concludeerde dat Liu in maart 2026 een bestand met vermeende bedrijfsgeheimen had gebruikt; de deskundige van de gedaagden vond geen bewijs dat Liu dat bestand in verband met een AI-platform had gebruikt. Davila woog die conclusies niet tegen elkaar af bij zijn beslissing over de versnelde bewijsvergaring. De beschikking is daarmee geen oordeel over de vraag of misbruik heeft plaatsgevonden.

OpenAI betwistte de beschuldigingen al vóór de beschikking. In een bericht van 3 augustus 2026 schreef het bedrijf dat het geen bedrijfsgeheimen van Apple had en die ook niet wilde hebben, en bestreed het Apples lezing van de gebeurtenissen. OpenAI’s bericht dateerde van vóór de beslissing en was geen reactie op die beschikking.